Oxidatieve stress is een verstoord evenwicht tussen vrije radicalen en de afweer die je lichaam daartegen heeft. Er bestaat geen bloedtest die je huisarts ervoor prikt, en geen klachtenpatroon dat erbij hoort. De grote gecontroleerde proeven met antioxidanten in pilvorm laten geen winst zien, en op twee punten zelfs schade.
Wat is oxidatieve stress precies?
Je cellen verbranden zuurstof om energie te maken. Daarbij ontstaan reactieve zuurstofverbindingen, in het Nederlands meestal vrije radicalen genoemd. Dat zijn moleculen met een ongepaard elektron, en die gaan op zoek naar een partner. Vinden ze die in een celmembraan, in een eiwit of in je DNA, dan laten ze schade achter.
Daar staat een verdediging tegenover: enzymen als superoxide-dismutase, catalase en glutathionperoxidase, plus antioxidanten uit voeding en stoffen die je lichaam zelf aanmaakt, zoals alfa-liponzuur.
Oxidatieve stress is de situatie waarin de productie van radicalen die verdediging overstijgt. Sies en collega’s hebben die definitie in 2017 scherper gezet: het gaat niet om de aanwezigheid van radicalen, maar om een verstoring van de redoxsignalering en de controle daarover. Het verschil is groter dan het lijkt.
Vrije radicalen zijn niet alleen schadelijk
Dit is het punt dat je op vrijwel geen enkele Nederlandse pagina over dit onderwerp terugvindt, en het verandert de hele redenering. Reactieve zuurstofverbindingen zijn ook boodschappers. Je cellen gebruiken ze om te regelen wanneer een gen aan gaat, hoe het immuunsysteem reageert en hoe een spier zich aanpast aan training.
Sies en Jones beschreven ze in 2020 in Nature Reviews Molecular Cell Biology als pleiotrope fysiologische signaalmoleculen. Pleiotroop wil zeggen: één stof, veel verschillende taken. Alles wegvangen is dus geen doel. Het is een stoorzender in een systeem dat op die signalen draait.
TWEE MANIEREN OM NAAR VRIJE RADICALEN TE KIJKEN
Het beeld op de meeste supplementpagina’s
- Vrije radicalen zijn schade en niets anders.
- Hoe meer antioxidanten, hoe beter.
- Een hoge antioxidantwaarde op een etiket is een kwaliteitskenmerk.
Wat de redoxbiologie sinds 2017 beschrijft
- Reactieve zuurstofverbindingen zijn ook signaalstoffen voor gen-expressie en afweer.
- Het probleem is een verstoord evenwicht, niet de aanwezigheid van radicalen.
- In hoge dosis onderdrukken antioxidanten aanpassingen die je juist wilt.
Wat zijn de symptomen van oxidatieve stress?
Die zijn er niet. Dat is het eerlijke antwoord, en het is belangrijk genoeg om er niet omheen te draaien. Je leest lijstjes met vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieproblemen, een vale huid en vaak verkouden zijn. Die klachten bestaan, maar ze wijzen niet op oxidatieve stress: ze wijzen op tientallen mogelijke oorzaken, van een schildklier die traag werkt tot bloedarmoede of een slaapstoornis.
Oxidatieve stress is een biochemisch begrip, geen diagnose. Wie aanhoudend moe is, gaat daarmee naar de huisarts, die de gewone oorzaken eerst uitsluit.
Kun je oxidatieve stress laten meten?
Commerciële laboratoria bieden het aan. Toch is dit precies de plek waar Nederland een lange geschiedenis heeft, en die maakt het antwoord duidelijker.
In 1995 publiceerde het RIVM in Bilthoven het rapport Oxydatieve stress, antioxydanten en gezondheid, geschreven door M.G.L. Hertog. Dezelfde onderzoeker had twee jaar eerder in The Lancet de resultaten van de Zutphen Elderly Study gepubliceerd, het onderzoek dat flavonoïden en hartziekte met elkaar in verband bracht. Zijn RIVM-rapport noemde als prioriteit voor toekomstig onderzoek: het ontwikkelen en valideren van biomarkers voor oxidatieve stress en voor oxidatieve schade.
Dertig jaar later is dat werk niet af. Er zijn wel markers die in onderzoek worden gebruikt, zoals malondialdehyde voor vetoxidatie of 8-oxo-dG voor DNA-schade. Maar er is geen gevalideerde test met een afkapwaarde die zegt of jij oxidatieve stress hebt, en er is geen behandeling die op zo’n uitslag wordt afgestemd. Een uitslag zonder afkapwaarde en zonder consequentie is een dure kleurtoets. Dat probleem is niet uniek voor deze marker: ook een telomeertest voor thuisgebruik meet te grof om over één persoon iets te zeggen.
het jaar waarin het RIVM schreef dat het valideren van biomarkers voor oxidatieve stress prioriteit moest krijgen. Er is nog steeds geen test die je huisarts gebruikt
Hertog M.G.L., RIVM-rapport 441120002, Bilthoven, 1995
Helpen antioxidanten uit een potje?
Dit is het best onderzochte deel van het hele onderwerp, en de uitkomst gaat in tegen wat de verpakkingen suggereren. Drie grote onderzoeken vertellen samen het verhaal.
De Cochrane-review
Bjelakovic en collega’s legden in 2012 achtenzeventig gerandomiseerde onderzoeken naast elkaar, met 296 707 deelnemers, gemiddelde leeftijd 63 jaar. Zesenvijftig van die studies, samen goed voor 244 056 deelnemers, hadden een laag risico op vertekening. De conclusie: bètacaroteen en vitamine E, en vitamine A in hogere dosis, kunnen de sterfte verhogen. Voor vitamine C en seleen was er geen aangetoond effect op sterfte.
De twee proeven die het duidelijkst zijn
In Finland kregen 29 133 mannelijke rokers tussen 50 en 69 jaar vijf tot acht jaar lang alfa-tocoferol, bètacaroteen, beide of een placebo. De onderzoekers verwachtten minder longkanker. Ze vonden 18 procent méér longkanker in de bètacaroteengroep (95 procent betrouwbaarheidsinterval 3 tot 36 procent).
In de SELECT-studie kregen 35 533 mannen zeven tot twaalf jaar lang 400 IE vitamine E per dag, 200 microgram seleen per dag, beide of placebo. In de placebogroep kregen 529 mannen prostaatkanker, in de vitamine-E-groep 620 (hazard ratio 1,17). In de seleengroep waren het er 575, een verschil dat niet significant was. Seleen leverde dus geen winst op, en dat is het antwoord op de Nederlandse pagina’s die seleen aanprijzen tegen oxidatieve stress.
PROSTAATKANKER IN DE SELECT-STUDIE, PER BEHANDELGROEP
Waarom antioxidanten en sporten slecht samengaan
Er is één experiment dat dit thema in één klap begrijpelijk maakt. Ristow en collega’s lieten in 2009 negentien ongetrainde en twintig getrainde jonge mannen vier weken sporten. De helft kreeg daarbij 1000 mg vitamine C en 400 IE vitamine E per dag.
De insulinegevoeligheid verbeterde door het sporten, gemeten met een clamp, maar alleen in de groepen zonder de vitamines (p kleiner dan 0,001 in beide groepen). De lichaamseigen afweer tegen radicalen, superoxide-dismutase en glutathionperoxidase, kwam door het sporten omhoog, en ook dat werd door de supplementen geblokkeerd.
Training werkt dus deels dóór de tijdelijke toename van radicalen: dat signaal zet de aanpassing in gang. Wie het wegvangt, houdt de inspanning over en verliest de winst.
Wat verlaagt de oxidatieve belasting dan wél?
Nuchter en weinig spectaculair: alles wat de bron van de radicalen aanpakt in plaats van ze achteraf op te vegen.
WAT DE OXIDATIEVE BELASTING OMLAAG BRENGT
Stoppen met roken
De grootste enkele bron van oxidatieve belasting waar je iets aan kunt doen. De huisarts heeft hier een vergoed traject voor.
Groente en fruit
In de epidemiologie zijn het de voedingsmiddelen die samenhangen met minder ziekte, niet de losse stoffen eruit.
Regelmatig bewegen
Verhoogt de lichaamseigen antioxidantafweer, zoals in de proef van Ristow te zien was.
Slaap en alcohol
Slaaptekort en alcohol verhogen de belasting. Dit is de goedkoopste knop die er is.
Zonbescherming
UV-straling is de belangrijkste oxidatieve belasting voor je huid.
Let op het verschil tussen voeding en pillen. In het onderzoek van het RIVM en in de Zutphen-cohorten hangen groente, fruit en thee samen met minder ziekte. Zodra dezelfde stoffen in een capsule worden gedaan en in een gerandomiseerde proef worden getest, verdwijnt het effect of draait het om. Dat patroon is over meerdere stoffen heen consistent.
Speelt er bij jou een langer lopende ontsteking mee, dan is dat een ander mechanisme dan oxidatieve stress, ook al lopen de twee in het lichaam door elkaar. Daar hoort een gerichte ontstekingsremmende formule bij en het gesprek met je huisarts, niet een hoog gedoseerde antioxidant. Zit het in je gewrichten, dan is een samenstelling die op artrose is afgestemd logischer.
Wanneer ga je ermee naar de huisarts?
Niet met “oxidatieve stress”, want daar kan een arts niets mee. Wel met de klacht zelf: aanhoudende vermoeidheid, kortademigheid, onverklaard gewichtsverlies, een huid die verandert. De huisarts sluit dan de gewone oorzaken uit, en dat is een aanzienlijk lijstje.
Voedingssupplementen vallen onder de Warenwet en de NVWA houdt toezicht. Ze worden niet vooraf goedgekeurd, en alleen claims uit het Europese register mogen worden gebruikt. Er bestaat geen goedgekeurde claim die zegt dat een product “oxidatieve stress vermindert”. Wat je daarover leest, is dus een verkoopzin en geen erkende uitspraak.
Veelgestelde vragen over oxidatieve stress
Wat is oxidatieve stress in gewone taal?
Een verstoord evenwicht tussen vrije radicalen, die bij de verbranding van zuurstof ontstaan, en de afweer die je lichaam daartegen heeft. Sies en collega’s scherpten die definitie in 2017 aan: het gaat om verstoorde redoxsignalering, niet om de aanwezigheid van radicalen op zich.
Wat zijn de symptomen van oxidatieve stress?
Er is geen klachtenpatroon dat erbij hoort. De lijstjes met vermoeidheid, hoofdpijn en een vale huid die je online vindt, passen bij tientallen aandoeningen. Aanhoudende vermoeidheid is een reden om naar de huisarts te gaan, die de gewone oorzaken uitsluit.
Kun je oxidatieve stress laten meten?
Commerciële laboratoria bieden tests aan, maar er is geen gevalideerde meting met een afkapwaarde die je huisarts gebruikt. Het RIVM noemde het valideren van zulke biomarkers in 1995 al een prioriteit, en dat werk is nog niet afgerond.
Wat helpt tegen oxidatieve stress?
Alles wat de bron aanpakt: stoppen met roken, genoeg groente en fruit, regelmatig bewegen, voldoende slapen, matig met alcohol en je huid beschermen tegen UV. Bewegen verhoogt bovendien je eigen antioxidantafweer, zoals in de proef van Ristow te zien was.
Zijn antioxidantensupplementen schadelijk?
In hoge dosis kunnen ze dat zijn. De Cochrane-review van Bjelakovic et al. over 78 onderzoeken met 296 707 deelnemers concludeerde dat bètacaroteen en vitamine E de sterfte kunnen verhogen. In de SELECT-studie verhoogde 400 IE vitamine E per dag het risico op prostaatkanker.
Heb je in Nederland extra seleen nodig tegen oxidatieve stress?
De SELECT-studie gaf 8752 mannen 200 microgram seleen per dag gedurende zeven tot twaalf jaar en zag geen verlaging van het risico op prostaatkanker. Voor je persoonlijke inname is de diëtist of de huisarts de juiste vraagbaak, niet een verkooppagina.
Waarom kun je beter geen vitamine C en E slikken rond het sporten?
Ristow en collega’s zagen in 2009 dat de winst in insulinegevoeligheid door vier weken training alleen optrad zonder 1000 mg vitamine C en 400 IE vitamine E per dag. De tijdelijke toename van radicalen is een deel van het trainingssignaal.
Bronnen
- Sies H., Berndt C., Jones D.P. (2017). Oxidative Stress. Annual Review of Biochemistry. DOI: 10.1146/annurev-biochem-061516-045037
- Sies H., Jones D.P. (2020). Reactive oxygen species (ROS) as pleiotropic physiological signalling agents. Nature Reviews Molecular Cell Biology. DOI: 10.1038/s41580-020-0230-3
- Bjelakovic G., Nikolova D., Gluud L.L., Simonetti R.G., Gluud C. (2012). Antioxidant supplements for prevention of mortality in healthy participants and patients with various diseases. Cochrane Database of Systematic Reviews. DOI: 10.1002/14651858.CD007176.pub2
- The Alpha-Tocopherol, Beta Carotene Cancer Prevention Study Group (1994). The Effect of Vitamin E and Beta Carotene on the Incidence of Lung Cancer and Other Cancers in Male Smokers. New England Journal of Medicine. DOI: 10.1056/NEJM199404143301501
- Klein E.A., Thompson I.M., Tangen C.M. et al. (2011). Vitamin E and the Risk of Prostate Cancer: the Selenium and Vitamin E Cancer Prevention Trial (SELECT). JAMA. DOI: 10.1001/jama.2011.1437
- Ristow M., Zarse K., Oberbach A. et al. (2009). Antioxidants prevent health-promoting effects of physical exercise in humans. Proceedings of the National Academy of Sciences. DOI: 10.1073/pnas.0903485106
- Hertog M.G., Feskens E.J., Hollman P.C., Katan M.B., Kromhout D. (1993). Dietary antioxidant flavonoids and risk of coronary heart disease: the Zutphen Elderly Study. The Lancet (RIVM, Bilthoven). DOI: 10.1016/0140-6736(93)92876-U
- Hertog M.G.L. (1995). Oxydatieve stress, antioxydanten en gezondheid: biologische relevantie en metingen in het lichaam. RIVM-rapport 441120002, Bilthoven.