Alfa-liponzuur: waar het voor werkt, en wat EFSA erover concludeerde

Active ton protocole

Alfa-liponzuur is het best onderzocht bij pijnlijke diabetische neuropathie. Een Nederlandse meta-analyse uit Zwolle noemt het effect van 600 mg per dag via een infuus klinisch relevant, en laat in het midden of de orale vorm dat ook is. EFSA concludeerde in 2021 dat alfa-liponzuur in supplementen het risico op een zeldzame vorm van hypoglykemie verhoogt bij mensen met bepaalde genetische varianten.

Wat is alfa-liponzuur?

Alfa-liponzuur, ook thioctinezuur genoemd, is een zwavelhoudende verbinding die je lichaam zelf aanmaakt. In de mitochondriën is het een onmisbare hulpstof: het zit vast aan enzymcomplexen die koolhydraten en aminozuren omzetten in energie, een stap verderop in dezelfde keten waarin NAD+ de elektronen overdraagt. Zonder alfa-liponzuur staat die machinerie stil.

Wat het interessant maakt voor de supplementenwereld is iets anders. Vrij alfa-liponzuur, dus niet gebonden aan een enzym, lost zowel in water als in vet op. Daardoor komt het overal, in het bloed én in celmembranen. Shay en collega’s beschreven in 2009 dat het vrije radicalen wegvangt, metalen bindt en het glutathiongehalte in de cel op peil helpt houden.

Zij voegden er meteen een nuance aan toe die je nergens op een verpakking leest: de gunstige effecten treden al op bij lage micromolaire concentraties, en een deel ervan valt buiten de strikte definitie van een antioxidant. Het schakelt onder meer de transcriptiefactor Nrf2 aan, die je eigen ontgiftingsenzymen aanzet. Het middel werkt dus vooral indirect, via je eigen systemen.

R-alfa-liponzuur of gewoon alfa-liponzuur: maakt de vorm uit?

Dit is de vraag waar Nederlandse webshops het prijsverschil op bouwen, dus het is de moeite waard om precies te zijn.

Alfa-liponzuur bestaat in twee spiegelbeeldige vormen, R en S. Je lichaam maakt uitsluitend de R-vorm aan, en die zit ook in voeding. Chemische synthese levert een fiftyfifty-mengsel op van R en S, het racemaat. Dat racemaat is wat er in de klinische studies is gebruikt, ook in de proeven waar de hele reputatie van deze stof op rust.

TWEE MANIEREN OM HET PRIJSVERSCHIL TE BEKIJKEN

Wat de verkooppagina’s zeggen

  • De R-vorm is de natuurlijke en dus superieure vorm.
  • De S-vorm is ballast of werkt zelfs tegen.
  • Je hebt van de R-vorm minder nodig voor hetzelfde effect.

Wat er te controleren valt

  • De R-vorm is inderdaad de lichaamseigen vorm, en wordt beter opgenomen dan de S-vorm.
  • Vrijwel al het klinische bewijs, van SYDNEY 2 tot NATHAN 1, is opgebouwd met het racemaat.
  • Er is geen gerandomiseerde proef die de R-vorm rechtstreeks tegen het racemaat legt op een klinische uitkomst.
Gleiter en collega’s onderzochten in 1996 al de opname van de twee enantiomeren afzonderlijk. Het verschil in opname is echt. Dat het zich vertaalt in een beter resultaat bij een patiënt, is niet aangetoond.

Praktisch komt het hierop neer. Wie zich op het onderzoek wil baseren, koopt wat er in het onderzoek zat, en dat is het racemaat in een dosis van 600 mg. Wie de R-vorm koopt, betaalt voor een aannemelijke maar niet aangetoonde meerwaarde. Beide keuzes zijn te verdedigen, maar niet met dezelfde stelligheid.

Waar zit alfa-liponzuur in?

In veel voeding, maar in kleine hoeveelheden en bijna altijd gebonden aan eiwit. Orgaanvlees zoals lever, nier en hart staat bovenaan, gevolgd door spinazie, broccoli, spruitjes, tomaat en gist.

Het verschil tussen die twee vormen is groot. Gebonden alfa-liponzuur uit voeding wordt trager en beperkter opgenomen dan het vrije alfa-liponzuur in een capsule. Een supplement van 600 mg levert daardoor een veelvoud van wat een dagmenu ooit kan aanvoeren. Dat is precies de reden dat de klinische proeven met supplementen zijn gedaan en niet met een dieet.

Een tekort aan alfa-liponzuur bestaat dan ook niet als ziektebeeld, en er is geen bloedwaarde voor. Je lichaam maakt wat het nodig heeft. Wat een supplement doet, is iets anders: het brengt een farmacologische hoeveelheid in omloop, ver boven wat je stofwisseling zelf produceert. Dat is een reële keuze met een reëel effect, maar het is geen aanvulling van een tekort, en zo hoort het ook niet te worden gepresenteerd.

Diabetische neuropathie: hier zit het bewijs, en het is Nederlands

De reden dat je in Nederland op deze stof stuit, is bijna altijd zenuwpijn bij diabetes. De Nederlandse Diabetes Federatie heeft er een pagina over, en de grootste onafhankelijke site over neuropathie ook. Dat is een ander uitgangspunt dan de anti-verouderingshoek die je in het buitenland vaker ziet.

Bloedglucosemeter met teststrips en een lancet op een lichte ondergrond, bij het onderwerp diabetische neuropathie
Pijnlijke diabetische neuropathie treft naar schatting een op de vijf mensen met diabetes. Het is ook de enige indicatie waarvoor alfa-liponzuur serieus in grote studies is getest.

De Nederlandse meta-analyse

Mijnhout en collega’s van het Isala in Zwolle bundelden in 2012 de gerandomiseerde proeven die de Total Symptom Score als uitkomstmaat gebruiken. Dat is de score die stekende pijn, brandende pijn, tintelingen en doof gevoel in de voeten optelt.

Over alle onderzoeken heen kwam er een gestandaardiseerd gemiddeld verschil uit van -2,26 (betrouwbaarheidsinterval -3,12 tot -1,41) in het voordeel van alfa-liponzuur. Uitgesplitst werd dat -1,78 voor de orale toediening en -2,81 voor de intraveneuze.

De conclusie van de Zwolse onderzoekers is scherper dan het cijfer alleen. Bij 600 mg per dag via een infuus, drie weken lang, is de vermindering van zenuwpijn significant én klinisch relevant, met aanbevelingsgraad A. Bij drie tot vijf weken oraal, in een dosis boven 600 mg per dag, is het onduidelijk of de verbeteringen klinisch relevant zijn. Precies die zin ontbreekt op elke Nederlandse pagina die dit middel aanprijst.

De twee grote proeven van Ziegler

SYDNEY 2, uit 2006, gaf 181 patiënten vijf weken lang 600, 1200 of 1800 mg per dag of een placebo. De Total Symptom Score daalde met 51 procent bij 600 mg, 48 procent bij 1200 mg en 52 procent bij 1800 mg, tegenover 32 procent bij placebo. Meer was dus niet beter, terwijl misselijkheid, braken en duizeligheid wel dosisafhankelijk toenamen.

NATHAN 1, uit 2011, is de studie die je zelden geciteerd ziet. Vierhonderdzestig patiënten kregen vier jaar lang 600 mg per dag of placebo. Het primaire eindpunt, een samengestelde score met zeven zenuwmetingen, verschilde na vier jaar niet significant tussen de groepen (p = 0,105). Een aantal secundaire scores verbeterde wel. En de ernstige bijwerkingen lagen hoger in de alfa-liponzuurgroep, 38,1 procent tegenover 28,0 procent.

AANDEEL PATIËNTEN MET MINSTENS 50 PROCENT MINDER KLACHTEN, SYDNEY 2

Alfa-liponzuur 600 mg 62 %
Alfa-liponzuur 1800 mg 56 %
Alfa-liponzuur 1200 mg 50 %
Placebo 26 %
Ziegler D. et al. 2006, Diabetes Care. 181 patiënten, vijf weken. De laagste dosis deed het niet slechter dan de hoogste, en gaf minder misselijkheid en duizeligheid. Dat is het argument om niet hoger te gaan dan 600 mg.

Wat er verder is onderzocht

Buiten de neuropathie wordt het snel dunner, en dat is goed om te weten voordat je een potje koopt voor iets anders.

Gewicht is het best onderzochte nevengebied. Namazi en collega’s bundelden in 2018 de klinische proeven met alfa-liponzuur bij overgewicht. Er kwam een klein, statistisch aantoonbaar verschil uit in gewicht en buikomvang. Klein wil hier ook echt klein zeggen: het is geen afslankmiddel, en het is niet de reden om ermee te beginnen.

Voor de lever, de bloedsuiker en de bloedvaten zijn er kleine studies, maar geen uitkomst die de toets van een grote, langlopende proef heeft doorstaan. In het Europese register van toegestane gezondheidsclaims staat voor alfa-liponzuur niets. Een verkoper mag er dus niets over beloven, en dat is geen formaliteit: het betekent dat de claim de beoordeling niet heeft gehaald.

Waarom het zelden alleen in een potje zit

Kijk je op een Nederlands etiket, dan staat alfa-liponzuur bijna altijd naast andere stoffen: vitamine C, vitamine E, B-vitamines, soms acetyl-L-carnitine. Dat is geen vulmiddel, en er zit een redenering achter die het waard is om te kennen.

Alfa-liponzuur en zijn gereduceerde vorm, dihydroliponzuur, vormen samen een redoxkoppel. Ze kunnen elektronen opnemen en weer afstaan, en daarmee andere antioxidanten die hun werk al hebben gedaan opnieuw bruikbaar maken. Shay en collega’s beschrijven dat het onder meer het glutathiongehalte in de cel op peil helpt houden, terwijl dat gehalte daalt naarmate je ouder wordt.

Daar zit tegelijk de zwakte van het argument. Dat een stof in een reageerbuis andere antioxidanten regenereert, zegt nog niets over wat een combinatiepreparaat bij een mens doet. Geen enkele van de grote proeven, van SYDNEY 2 tot NATHAN 1, heeft een combinatie getest: ze gaven alfa-liponzuur alleen. Wie zich op dat bewijs beroept, koopt dus eigenlijk het enkelvoudige product.

Wat je op het etiket controleert

Drie dingen, en ze staan er lang niet altijd op. Ten eerste de vorm: staat er alleen “alfa-liponzuur”, dan is het het racemaat, en dat is de vorm uit het onderzoek. Ten tweede de dosis per capsule, want 600 mg per dag is het ijkpunt en veel producten zitten op 100 of 250 mg. Ten derde de andere ingrediënten, omdat die de reden kunnen zijn dat de prijs per gram alfa-liponzuur ineens hoog uitvalt.

Is alfa-liponzuur gevaarlijk?

Dit is de meest gestelde vraag over deze stof in Nederland, en er is een officieel antwoord op dat je nergens tegenkomt.

Op verzoek van de Europese Commissie beoordeelde het EFSA-panel voor voeding, nieuwe voedingsmiddelen en voedselallergenen in 2021 het verband tussen alfa-liponzuur en het insuline-auto-immuunsyndroom, ook wel de ziekte van Hirata. Dat is een zeldzame aandoening waarbij het lichaam antistoffen tegen de eigen insuline maakt, met aanvallen van te lage bloedsuiker als gevolg, ook bij mensen zonder diabetes.

Het panel vond 49 gepubliceerde gevallen waarin het syndroom optrad na gebruik van alfa-liponzuur. In alle gevallen verdween het beeld binnen enkele weken tot maanden nadat het middel was gestopt. Geen enkele publicatie koppelde het van nature in voeding aanwezige alfa-liponzuur aan het syndroom: het gaat om toegevoegd alfa-liponzuur, dus om supplementen.

De conclusie van het panel is helder. Alfa-liponzuur dat aan voeding of aan supplementen is toegevoegd, verhoogt waarschijnlijk het risico op dit syndroom bij mensen met bepaalde genetische varianten, en die mensen zijn niet te herkennen zonder genetische test. Een dosis waaronder het syndroom niet optreedt, verschilt waarschijnlijk per persoon en is uit de beschikbare gegevens niet af te leiden.

Zet dat naast het absolute risico voordat je schrikt. Het panel noemt de incidentie in Europa laag, waarschijnlijk lager dan in Japan, waar die in 2017 en 2018 werd geschat op 0,017 per 100 000 inwoners. Uchigata en collega’s waarschuwden er in 2009 al voor dat het aantal meldingen sinds 2003 toenam naarmate de stof populairder werd als afslank- en anti-verouderingsmiddel.

De praktische vertaling: dit is geen middel om zomaar te proberen. Krijg je hypoglykemieklachten, dus zweten, beven, hartkloppingen of verwardheid bij het overslaan van een maaltijd, stop dan en ga naar je huisarts. Vermeld dat je alfa-liponzuur gebruikt, want zonder die informatie is de diagnose lastig te stellen.

Dosering, tijdstip en interacties

De dosis die in het onderzoek staat, is 600 mg per dag van het racemaat. Hoger gaan levert volgens SYDNEY 2 niets extra’s op en kost je meer bijwerkingen.

Over het tijdstip is één ding aangetoond. Gleiter en collega’s lieten in 1996 zien dat voedsel de opname vertraagt: de piekwaarde in het bloed werd bij een gevulde maag rond 2,5 uur bereikt tegenover ongeveer een uur nuchter. Daarom staat op vrijwel elke bijsluiter dat je het op een lege maag neemt, een half uur voor het eten of ruim erna.

WAT JE MET JE HUISARTS BESPREEKT VOORDAT JE BEGINT

01

Je diagnose

Zenuwpijn in de voeten is niet altijd diabetische neuropathie. Vitamine B12-tekort, alcohol en schildklierproblemen geven hetzelfde beeld.

02

Je medicatie

Alfa-liponzuur kan de bloedsuiker verlagen. Gebruik je insuline of tabletten, dan is de kans op een hypo een reëel punt van gesprek.

03

Je schildklier

Bij schildkliermedicatie wordt inname op afstand geadviseerd. De apotheek heeft je volledige overzicht en kan dit nakijken.

04

Wat de richtlijn eerst doet

Bij pijnlijke diabetische neuropathie kiest de NHG-Standaard eerst een tricyclisch antidepressivum zoals amitriptyline, daarna gabapentine, en pas daarna pregabaline of duloxetine.

Alfa-liponzuur staat niet in die richtlijn. Dat betekent niet dat het niet werkt, het betekent dat het bewijs de lat van een eerstelijnsbehandeling niet haalt.

Niet gebruiken bij zwangerschap en borstvoeding, en niet bij kinderen: voor beide groepen ontbreekt het onderzoek. Bij bekende diabetes hoort dit sowieso een gesprek met de huisarts of de praktijkondersteuner te zijn en geen zelfstandige aankoop.

De balans

Alfa-liponzuur is een van de weinige supplementen met echt grote, langlopende gerandomiseerde proeven achter zich. Dat is een compliment. Het resultaat van die proeven is alleen bescheiden: symptoomverlichting bij zenuwpijn, het duidelijkst via een infuus, minder duidelijk uit een capsule, en zonder aantoonbare invloed op het beloop van de zenuwschade na vier jaar.

Daar staat een klein maar echt risico tegenover dat je vooraf niet kunt inschatten, omdat het van je genen afhangt. Die combinatie maakt dit bij uitstek een middel om samen met een arts te wegen, en niet iets om op eigen houtje uit een webshop te halen.

Gaat het je niet om zenuwpijn maar om gewrichtsklachten, dan is dit niet het juiste gereedschap. Daar past eerder een formule die op artrose is afgestemd bij, en bij een breder ontstekingsbeeld een goed opgenomen ontstekingsremmende samenstelling, in overleg met je huisarts.

Veelgestelde vragen over alfa-liponzuur

Waar is alfa-liponzuur goed voor?

Het best onderbouwde gebruik is symptoomverlichting bij pijnlijke diabetische neuropathie. De Nederlandse meta-analyse van Mijnhout et al. noemt 600 mg per dag via een infuus gedurende drie weken significant en klinisch relevant, en laat in het midden of de orale vorm dat ook is. Er is geen goedgekeurde gezondheidsclaim in de EU.

Is alfa-liponzuur gevaarlijk?

EFSA concludeerde in 2021 dat toegevoegd alfa-liponzuur waarschijnlijk het risico verhoogt op het insuline-auto-immuunsyndroom bij mensen met bepaalde genetische varianten, die zonder genetische test niet te herkennen zijn. Het panel vond 49 gepubliceerde gevallen. In alle gevallen verdween het beeld na het stoppen. De incidentie in Europa is laag.

Wat zijn de bijwerkingen van alfa-liponzuur?

In SYDNEY 2 namen misselijkheid, braken en duizeligheid toe naarmate de dosis hoger was. In de vierjarige NATHAN 1-studie lag het aandeel ernstige bijwerkingen hoger in de alfa-liponzuurgroep, 38,1 procent tegenover 28,0 procent bij placebo. Daarnaast kan het de bloedsuiker verlagen.

Wanneer moet je alfa-liponzuur innemen?

Op een lege maag. Gleiter et al. maten in 1996 dat de piekwaarde in het bloed met een gevulde maag rond 2,5 uur werd bereikt, tegenover ongeveer een uur nuchter. In de praktijk betekent dat een half uur voor een maaltijd of ruim erna.

Wat is het verschil tussen R-alfa-liponzuur en gewoon alfa-liponzuur?

R is de vorm die je lichaam zelf maakt en die in voeding zit. Synthetisch alfa-liponzuur is een mengsel van R en S, het racemaat, en dat racemaat is gebruikt in vrijwel alle klinische proeven. De R-vorm wordt beter opgenomen, maar er is geen gerandomiseerde proef die de twee op een klinische uitkomst vergelijkt.

Is alfa-liponzuur goed voor de lever?

Daar zijn kleine studies naar gedaan, maar geen grote proef die een klinisch relevante uitkomst laat zien. In het Europese register staat geen enkele goedgekeurde claim voor alfa-liponzuur, ook niet voor de lever. Bij leverklachten is de huisarts de juiste eerste stap.

Hoeveel alfa-liponzuur per dag is onderzocht?

600 mg per dag is de dosis uit de klinische proeven. In SYDNEY 2 deden 1200 en 1800 mg het niet beter dan 600 mg, terwijl de bijwerkingen wel dosisafhankelijk toenamen. Boven de 600 mg is er dus geen argument uit het onderzoek te halen.

Bronnen

  • Mijnhout G.S., Kollen B.J., Alkhalaf A., Kleefstra N., Bilo H.J. (2012). Alpha Lipoic Acid for Symptomatic Peripheral Neuropathy in Patients with Diabetes: A Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials. International Journal of Endocrinology (Isala, Zwolle). DOI: 10.1155/2012/456279
  • EFSA Panel on Nutrition, Novel Foods and Food Allergens (2021). Scientific opinion on the relationship between intake of alpha-lipoic acid (thioctic acid) and the risk of insulin autoimmune syndrome. EFSA Journal. DOI: 10.2903/j.efsa.2021.6577
  • Ziegler D., Ametov A., Barinov A. et al. (2006). Oral Treatment With Alpha-Lipoic Acid Improves Symptomatic Diabetic Polyneuropathy: the SYDNEY 2 trial. Diabetes Care. DOI: 10.2337/dc06-1216
  • Ziegler D., Low P.A., Litchy W.J. et al. (2011). Efficacy and Safety of Antioxidant Treatment With Alpha-Lipoic Acid Over 4 Years in Diabetic Polyneuropathy: the NATHAN 1 trial. Diabetes Care. DOI: 10.2337/dc11-0503
  • Shay K.P., Moreau R.F., Smith E.J., Smith A.R., Hagen T.M. (2009). Alpha-lipoic acid as a dietary supplement: molecular mechanisms and therapeutic potential. Biochimica et Biophysica Acta. DOI: 10.1016/j.bbagen.2009.07.026
  • Uchigata Y., Hirata Y., Iwamoto Y. (2009). Drug-induced insulin autoimmune syndrome. Diabetes Research and Clinical Practice. DOI: 10.1016/j.diabres.2008.10.015
  • Namazi N., Larijani B., Azadbakht L. (2018). Alpha-lipoic acid supplement in obesity treatment: A systematic review and meta-analysis of clinical trials. Clinical Nutrition. DOI: 10.1016/j.clnu.2017.06.002
  • Gleiter C.H., Schug B.S., Hermann R., Elze M., Blume H.H., Gundert-Remy U. (1996). Influence of food intake on the bioavailability of thioctic acid enantiomers. European Journal of Clinical Pharmacology. DOI: 10.1007/s002280050151
0