Luteïne is een geel carotenoïde dat je lichaam niet zelf maakt. Het hoopt zich samen met zeaxanthine op in de gele vlek van je netvlies, waar het blauw licht filtert. Boerenkool, spinazie, andijvie en eidooier zijn de rijkste bronnen. De grote proef bij maculadegeneratie haalde na 5 jaar zijn hoofddoel niet.
Wat is luteïne?
Luteïne behoort tot de xanthofylen, de zuurstofhoudende tak van de carotenoïden. De naam komt van het Latijnse luteus, geel. Planten voeren er overtollige lichtenergie mee af.
Mensen kunnen luteïne niet aanmaken. Alles wat in je lichaam zit, komt uit voeding. Van de honderden carotenoïden in de natuur zijn er ongeveer 20 in menselijk bloed terug te vinden, en slechts twee daarvan hopen zich op in de gele vlek van het netvlies: luteïne en zeaxanthine. Daar komt nog meso-zeaxanthine bij, dat je netvlies zelf uit luteïne maakt.
Anders dan bètacaroteen is luteïne geen voorloper van vitamine A. Het wordt niet omgezet, het blijft luteïne. Dat verklaart waarom het in het onderzoek een eigen spoor volgt.
Waar zit de meeste luteïne in?
In donkergroene bladgroenten, en met ruime afstand. Boerenkool staat bovenaan, gevolgd door spinazie, andijvie, snijbiet en broccoli. Rauwe boerenkool bevat er per portie aanzienlijk meer van dan welk ander gangbaar Nederlands product ook.
Eidooier hoort in dit rijtje thuis om een andere reden. De hoeveelheid per ei is klein, maar luteïne is vetoplosbaar en de dooier levert het vet mee. In vergelijkende studies komt luteïne uit ei beter in het bloed terecht dan uit spinazie, ondanks het veel lagere gehalte. Datzelfde patroon, waarin de vorm meer uitmaakt dan het gehalte, kwam bij quercetine uit het Wageningse opnameonderzoek naar voren.
Datzelfde principe geldt in de keuken. Kort verhitten breekt de celwanden af, en een scheut olijfolie zorgt voor de opname. Maïs, gele paprika en pompoen leveren minder, maar tellen mee.
Wat luteïne in je oog doet
In het midden van je netvlies ligt de macula, de gele vlek, waarmee je scherp ziet. Precies daar zitten luteïne en zeaxanthine geconcentreerd, in een laag die het maculapigment heet. De dichtheid ervan is meetbaar en heet de optische dichtheid van het maculapigment.
Die laag doet twee dingen. Ze absorbeert blauw licht, de kortste en energierijkste golflengten van het zichtbare spectrum, voordat het de lichtgevoelige cellen bereikt. En ze vangt reactieve zuurstofverbindingen weg in een weefsel dat door zijn hoge zuurstofverbruik en zijn constante lichtbelasting bijzonder kwetsbaar is.
Die combinatie van licht en zuurstof is ook de reden dat oxidatieve stress in het oog hoger ligt dan bijna overal elders in het lichaam, en dat de chronische laaggradige ontsteking die met de jaren toeneemt hier vroeg zichtbaar wordt. Wie dat mechanisme breder wil aanpakken, komt uit bij leefstijl en bij een ontstekingsremmend supplement, niet bij luteïne alleen.
Wat de proeven bij maculadegeneratie lieten zien
Hier gaat het vaak mis in de samenvattingen. De grote proef heet AREDS2 en de uitkomst is genuanceerder dan verkooppagina’s doen voorkomen.
AREDS2 randomiseerde 4203 deelnemers van 50 tot 85 jaar met een verhoogd risico op gevorderde leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Ze kregen 10 mg luteïne plus 2 mg zeaxanthine, visvetzuren, beide of een placebo, bovenop de oorspronkelijke AREDS-formule. Na een mediane follow-up van 5 jaar was het verschil niet statistisch significant: de hazardratio voor luteïne en zeaxanthine bedroeg 0,90, met een betrouwbaarheidsinterval van 0,76 tot 1,07 en P = 0,12. Het hoofddoel werd dus niet gehaald.
In 2022 publiceerde dezelfde groep de tienjaarsresultaten bij 3882 deelnemers. Over die langere termijn kwam de hazardratio op 0,91 met P = 0,02, en bij wie oorspronkelijk bètacaroteen toegewezen kreeg op 0,80 met P = 0,002.
DEZELFDE PROEF, TWEE MOMENTEN
Na 5 jaar, 2013
- Hazardratio 0,90, interval 0,76 tot 1,07, P = 0,12.
- Het vooraf vastgelegde hoofddoel werd niet gehaald.
- 31 procent van de ogen in de placebogroep ging over naar gevorderde vorm, tegen 29 procent met luteïne en zeaxanthine.
Na 10 jaar, 2022
- Hazardratio 0,91, interval 0,84 tot 0,99, P = 0,02.
- Beperkt tot wie bètacaroteen kreeg toegewezen: 0,80, interval 0,68 tot 0,92.
- De winst zit vooral in de vervanging van bètacaroteen, niet in de toevoeging op zichzelf.
Waarom die vervanging telt, staat in hetzelfde artikel uit 2022. Na 10 jaar was de kansverhouding op longkanker 1,82 bij de deelnemers die bètacaroteen kregen toegewezen, tegen 1,15 bij luteïne en zeaxanthine. Dat is de reden dat bètacaroteen uit de oogformule is gehaald en door luteïne is vervangen. Het sluit aan bij wat de grote proeven met antioxidanten in pilvorm bij rokers eerder lieten zien.
was de kansverhouding op longkanker na 10 jaar bij deelnemers die bètacaroteen toegewezen kregen, tegen 1,15 bij luteïne en zeaxanthine.
Chew en collega’s, AREDS2 rapport 28, JAMA Ophthalmology 2022.
Naast de proeven staat het bevolkingsonderzoek. Ma en collega’s bundelden 6 onderzoeken en vonden geen verband tussen luteïne uit voeding en vroege maculadegeneratie, relatief risico 0,96. Voor de late vorm lag het op 0,74 en voor de natte vorm op 0,68. De carotenoïden lijken dus eerder verband te houden met de ernstige stadia dan met het ontstaan.
Het Nederlandse ijkpunt is de Rotterdam-studie van het Erasmus MC. Van de deelnemers van 55 jaar en ouder hadden 4765 bruikbare voedingsgegevens; na gemiddeld 8,0 jaar waren er 560 gevallen van maculadegeneratie bijgekomen. Wie boven de mediaan zat voor bètacaroteen, vitamine C, vitamine E en zink samen had een hazardratio van 0,65, oftewel 35 procent minder risico. Let op wat daar staat: dit cohort mat de AREDS-nutriënten, luteïne stond niet in dat kwartet.
| Onderzoek | Opzet | Wat er gemeten is | Uitkomst |
|---|---|---|---|
| AREDS2, JAMA 2013 | 4203 deelnemers, gerandomiseerd, 5 jaar | Overgang naar gevorderde maculadegeneratie | HR 0,90; P = 0,12, niet significant |
| Chew 2022, rapport 28 | 3882 deelnemers, 10 jaar follow-up | Idem, plus longkanker | HR 0,91; P = 0,02. Longkanker OR 1,82 bij bètacaroteen |
| Ma 2012, Br J Nutr | Meta-analyse, 6 cohorten | Luteïne uit voeding | Vroege vorm RR 0,96; late vorm RR 0,74 |
| Rotterdam-studie, JAMA 2005 | 4765 deelnemers, gemiddeld 8,0 jaar | Bètacaroteen, vitamine C en E, zink | HR 0,65 boven de mediaan van alle vier |
| Hammond 2017 | 62 deelnemers, dubbelblind | Cognitieve tests | Winst op aandacht en flexibiliteit |
Luteïne, het brein en FloraGLO
Luteïne zit niet alleen in het netvlies. Het is ook het meest voorkomende carotenoïde in de hersenschors, en de dichtheid van het maculapigment blijkt daarvoor een bruikbare graadmeter. Dat verklaart de belangstelling voor cognitie.
Hammond en collega’s randomiseerden 62 zelfstandig wonende ouderen naar 12 mg luteïne en zeaxanthine of placebo; 51 deelnemers, gemiddeld 73,7 jaar, konden worden geanalyseerd. De dichtheid van het maculapigment nam toe, en op de domeinen complexe aandacht en cognitieve flexibiliteit scoorde de behandelde groep beter. Het is een kleine proef, en dat blijft de juiste maat om hem te lezen.
Dan FloraGLO. Dat is geen aparte stof maar een merknaam van een producent voor luteïne uit goudsbloem, met een eigen zuiverheidsdossier. Het is de vorm die in AREDS2 werd gebruikt, wat verklaart waarom de naam op verpakkingen terugkomt. In Nederland zegt de naam een consument weinig: het zoekvolume is verwaarloosbaar, en er is geen onderzoek dat dit merk tegenover andere gestandaardiseerde luteïne heeft vergeleken. Merknaam is geen meerwaarde, alleen herkomst.
Dosering, veiligheid en wat een product mag beweren
In de proeven wordt vrijwel altijd 10 mg luteïne met 2 mg zeaxanthine gebruikt, één keer per dag bij een maaltijd met vet. Een gemiddeld Nederlands voedingspatroon levert een paar milligram, dus een supplement ligt daar duidelijk boven. Een aanvaardbare bovengrens is door de Europese autoriteit niet vastgesteld; de aanvaardbare dagelijkse inname voor luteïne als levensmiddelenkleurstof staat op 1 mg per kg lichaamsgewicht.
Veilig is het in die orde van grootte. De bekendste bijwerking is carotenodermie, een onschuldige gelige verkleuring van de huid bij zeer hoge inname, die verdwijnt zodra je mindert. Zeldzaam en beschreven bij extreem gebruik is kristalafzetting in het netvlies.
Wie het beter niet neemt zonder overleg: rokers en oud-rokers hoeven zich om luteïne geen zorgen te maken, maar wel om bètacaroteen in dezelfde formule. Verder gelden de gewone regels bij zwangerschap en borstvoeding, waarvoor gegevens ontbreken, en bij bloedverdunners of een bestaande oogaandoening, waarvoor je het bespreekt met de apotheek of de oogarts.
De verwijzing loopt in Nederland via de opticien of optometrist, die de eerste afwijkingen opmerkt, of via de huisarts naar de oogarts. Een supplement vervangt die controle niet: bij de natte vorm bestaat de behandeling uit injecties in het oog.
In het Europese claimregister staat voor luteïne geen enkele goedgekeurde gezondheidsclaim, ook niet over het gezichtsvermogen. Dezelfde regel geldt voor een supplement bij artrose of welk ander product ook: staat er een belofte op die niet in het register voorkomt, dan is die niet toegestaan. De NVWA houdt daar toezicht op.
Waar is luteïne goed voor?
Het hoopt zich op in de gele vlek van het netvlies en filtert daar blauw licht. In AREDS2 werd het hoofddoel na 5 jaar niet gehaald; over 10 jaar kwam de hazardratio op 0,91, vooral doordat het bètacaroteen verving.
Waar zit de meeste luteïne in?
In donkergroene bladgroenten: boerenkool voorop, dan spinazie, andijvie, snijbiet en broccoli. Eidooier bevat minder, maar het vet erin zorgt voor een betere opname.
Wat zijn de bijwerkingen van luteïne?
Bij gangbare doses vrijwel geen. Zeer hoge inname kan carotenodermie geven, een onschuldige gelige huidverkleuring die verdwijnt zodra je mindert. Kristalafzetting in het netvlies is beschreven bij extreem gebruik.
Wie mag geen luteïne gebruiken?
Er is geen groep met een absoluut verbod. Bij zwangerschap en borstvoeding ontbreken gegevens, en bij een bestaande oogaandoening of bloedverdunners overleg je met de apotheek of de oogarts. Let apart op bètacaroteen in dezelfde formule als je rookt of hebt gerookt.
Hoeveel luteïne per dag is onderzocht?
In vrijwel alle proeven 10 mg luteïne met 2 mg zeaxanthine, bij een maaltijd met vet. In de cognitieve proef van Hammond ging het om 12 mg luteïne en zeaxanthine samen.
Is FloraGLO beter dan gewone luteïne?
Dat is niet aangetoond. FloraGLO is een merknaam voor luteïne uit goudsbloem, de vorm die in AREDS2 is gebruikt. Er bestaat geen onderzoek dat dit merk vergelijkt met andere gestandaardiseerde luteïne.
Helpt luteïne tegen schermgebruik?
Beeldschermen geven veel minder blauw licht dan daglicht, en er is geen proef die laat zien dat luteïne klachten door schermwerk vermindert. Voor droge of vermoeide ogen bij beeldschermwerk zijn pauzes en knipperen beter onderzocht.
Bronnen
- Age-Related Eye Disease Study 2 Research Group (2013). Lutein + zeaxanthin and omega-3 fatty acids for age-related macular degeneration: the AREDS2 randomized clinical trial. JAMA. DOI: 10.1001/jama.2013.4997
- Chew E.Y., Clemons T.E., Agrón E., Domalpally A., Keenan T.D.L. et al. (2022). Long-term Outcomes of Adding Lutein/Zeaxanthin and Omega-3 Fatty Acids to the AREDS Supplements on Age-Related Macular Degeneration Progression: AREDS2 Report 28. JAMA Ophthalmology. DOI: 10.1001/jamaophthalmol.2022.1640
- van Leeuwen R., Boekhoorn S., Vingerling J.R., Witteman J.C.M., Klaver C.C.W., Hofman A., de Jong P.T.V.M. (2005). Dietary Intake of Antioxidants and Risk of Age-Related Macular Degeneration. JAMA. DOI: 10.1001/jama.294.24.3101
- Ma L., Dou H.L., Wu Y.Q., Huang Y.M., Huang Y.B., Xu X.R., Zou Z.Y., Lin X.M. (2012). Lutein and zeaxanthin intake and the risk of age-related macular degeneration: a systematic review and meta-analysis. British Journal of Nutrition. DOI: 10.1017/S0007114511004260
- Hammond B.R., Miller L.S., Bello M.O., Lindbergh C.A., Mewborn C., Renzi-Hammond L.M. (2017). Effects of Lutein/Zeaxanthin Supplementation on the Cognitive Function of Community Dwelling Older Adults: A Randomized, Double-Masked, Placebo-Controlled Trial. Frontiers in Aging Neuroscience. DOI: 10.3389/fnagi.2017.00254