Artrose in de nek: welke klachten erbij horen, en wanneer het ernstig wordt

Active ton protocole
Vrouw van 61 met haar hand in haar nek, de nekwervels en het ruggenmerg doorschijnend zichtbaar, met een oranje lijn die naar de rechterschouder en arm loopt

Artrose in de nek is slijtage van de tussenwervelschijven en van de kleine gewrichtjes tussen je nekwervels. Meestal geeft het een stijve, pijnlijke nek en hoofdpijn die vanuit de nek opkomt. Ernstig wordt het pas als de slijtage een zenuw of het ruggenmerg raakt: uitstralende pijn met tintelingen in een arm, of onhandige handen en een onzekere gang.

Misschien staat “artrose” of “slijtage” in het verslag van je röntgenfoto of MRI-scan, of vraag je je af of je nekpijn daarbij hoort. Dat zijn twee verschillende vragen. Wat er op een scan te zien is en wat je voelt, lopen vaak niet gelijk op, en juist dat maakt mensen ongerust.

Wat artrose in je nek ernstig maakt, is niet hoeveel slijtage de radioloog ziet. Het is wat die slijtage doet met de zenuwen die uit je wervelkolom komen, en vooral met het ruggenmerg dat erdoorheen loopt. Hieronder lees je welke klachten bij gewone nekartrose horen, en welke signalen een snelle afspraak verdienen.

Wat is artrose in de nek?

Je nek telt 7 wervels. Met de jaren worden de tussenwervelschijven dunner, groeien er benige randjes aan de wervels (osteofyten) en worden de kleine facetgewrichten aan de achterkant dikker. In verslagen heet dat nekartrose, cervicale spondylose of uncovertebrale artrose, naar de kleine gewrichtjes aan de zijkant van de wervels. Het zijn namen voor hetzelfde verouderingsproces. Wat het woord spondylose precies inhoudt, lees je in ons stuk over spondylose van de wervelkolom.

Hoe gewoon die slijtage is, liet een Japans onderzoek zien. Bij 1.211 mensen zonder enige nekklacht werd een MRI-scan van de nek gemaakt. Bij 87,6% puilde minstens één tussenwervelschijf uit, en bij twintigers was dat al bij ongeveer driekwart het geval. Het ruggenmerg werd maar bij 5,3% ingedrukt, vooral boven de 50 jaar. Slijtage op de scan is de regel. Druk op het ruggenmerg is de uitzondering.

Artsen onderscheiden daarom drie niveaus. Ze verschillen in klachten, en in hoeveel haast ze vragen.

1. Alleen de nek

Pijn en stijfheid in de nek, kraken, hoofdpijn die vanuit de nek opkomt. Geen klachten in de armen.

2. Een zenuwwortel

Pijn die uitstraalt naar één arm, tintelingen in bepaalde vingers, soms krachtverlies.

3. Het ruggenmerg

Onhandige handen aan beide kanten, onzeker lopen, vallen, soms problemen met plassen.

Niveau 1 is wat de meeste mensen artrose in de nek noemen. Niveau 2 en 3 zijn de complicaties, en die bedoelen artsen als ze van ernstige nekartrose spreken, hoe de scan er ook uitziet.

Je kunt van het ene niveau naar het andere gaan, of er twee tegelijk hebben. Alleen niveau 3 herstelt niet altijd: een ruggenmerg dat te lang wordt ingedrukt, houdt soms restklachten over, ook na een geslaagde operatie.

Welke klachten geeft artrose in de nek?

Gewone nekartrose geeft mechanische pijn. Die wordt erger als je je hoofd draait, na lang beeldschermwerk of autorijden, en zakt weer in rust. ’s Ochtends is je nek een paar minuten stijf, en hij kraakt. Dat kraken is onschuldig. Het betekent niet dat de artrose erger wordt.

Hoofdpijn komt veel voor. Ze begint in de nek, trekt naar het achterhoofd en soms tot achter het oor of naar het voorhoofd, meestal aan één kant. De kleine gewrichtjes tussen de 2e en de 3e nekwervel zijn de bekendste bron: hun pijn voel je in je achterhoofd. Artsen noemen dat cervicogene hoofdpijn.

Vrouw van rond de vijftig die achter in haar nek drukt, met de nekwervels doorschijnend zichtbaar en een oranje gloed die naar het achterhoofd trekt
Pijn die vanuit de nek aan één kant naar het achterhoofd kruipt, past bij hoofdpijn vanuit de nek. Een migraine wisselt vaker van kant.

Duizeligheid ligt ingewikkelder. ‘Nekduizeligheid’ is onder specialisten omstreden, en de meeste duizeligheid rond je vijftigste komt uit het binnenoor. Word je even draaierig als je je in bed omdraait, dan denkt de huisarts eerst aan goedaardige houdingsduizeligheid (BPPD). Die verhelp je vaak met een eenvoudige manoeuvre bij de huisarts of fysiotherapeut.

Eén ding is goed om te onthouden. Plotselinge duizeligheid met moeite met praten, slecht zien of een slappe arm of been aan één kant komt nooit door artrose. Dat kan een beroerte zijn: bel dan meteen 112.

Uitstralende pijn in je arm: het cervicaal radiculair syndroom

Als een osteofyt of een uitpuilende schijf het gaatje vernauwt waardoor een zenuw de wervelkolom verlaat, verandert de pijn van karakter. Ze schiet door naar de schouder, de arm en soms de vingers, in een smalle baan, als een stroomstoot of een branderig gevoel. In Nederland heet dat het cervicaal radiculair syndroom. Wat ischias voor je been is, is dit voor je arm.

In een grote bevolkingsstudie in het Amerikaanse Rochester, bij 561 patiënten, kwam deze zenuwbeknelling het vaakst voor tussen 50 en 54 jaar. De wortel C7 was het vaakst aangedaan, daarna C6. In 68,4% van de gevallen zaten artrose, een schijf of beide erachter. Bij de laatste controle had 90% geen of nog maar lichte klachten, terwijl 26% was geopereerd.

Het traject van de pijn en de tintelingen verraadt welke wortel in de knel zit:

WortelTraject van pijn en tintelingenMogelijke zwakteVerminderde reflex
C5Schouder en buitenkant van de bovenarm, tot aan de elleboogArm zijwaarts heffenBicepsreflex
C6Buitenkant van de onderarm, duim en wijsvingerElleboog buigen, pols omhoogBrachioradialisreflex
C7Achterkant van arm en onderarm, middelvingerElleboog strekken, duwenTricepsreflex
C8Binnenkant van de onderarm, ringvinger en pinkKnijpen, fijne vingerbewegingenGeen gangbare reflex
Drie silhouetten van een bovenlichaam, elk met een ander pijntraject langs de rechterarm: naar de duim, naar de middelvinger en naar de pink
Van links naar rechts: wortel C6 naar de duim, C7 naar de middelvinger, C8 naar de pink. Schouderpijn zonder traject naar de hand wijst eerder op de schouder zelf.

Verwar het niet met schouderpijn. Een peesontsteking in de schouder doet pijn als je je arm heft en ’s nachts als je erop ligt, zonder tintelingen in je vingers. Een zenuwwortel in je nek doet ook pijn als je arm stil ligt. Die pijn verandert vaak als je je hoofd achterover of naar de pijnlijke kant kantelt.

Het cervicaal radiculair syndroom geneest meestal zonder operatie. In een Nederlandse studie op de neurologiepoli’s van drie ziekenhuizen kregen 205 patiënten met verse klachten een halfstijve halskraag met rust, zes weken fysiotherapie met thuisoefeningen, of het advies om gewoon door te gaan. Bij afwachten zakte de armpijn in zes weken met 19 punten op een schaal van 100. Kraag of fysiotherapie haalde er nog 12 punten extra af.

Cervicale myelopathie: wanneer artrose in de nek ernstig wordt

Dit is de complicatie die van nekartrose echt een ernstige aandoening maakt. Het kanaal waar het ruggenmerg door loopt, raakt vernauwd door uitpuilende schijven, osteofyten en verdikte banden. Het ingedrukte ruggenmerg geeft signalen naar armen en benen slecht door. Dat heet degeneratieve cervicale myelopathie.

De klachten sluipen erin, en dat is precies het probleem. Het overzichtsartikel in de BMJ over deze aandoening beschrijft handen die aan beide kanten hun handigheid verliezen: moeite met knoopjes, met een sleutel omdraaien, met schrijven of met je telefoon. Daarbij een minder zekere gang, stijve benen en valpartijen. Soms ook plotselinge aandrang om te plassen, of urineverlies.

Man van rond de 67 die moeite heeft met het dichtknopen van zijn overhemd, met het ingedrukte ruggenmerg in zijn nek oranje oplichtend
Knoopjes zijn vaak het eerste dat een myelopathie verraadt: ze vragen van twee handen tegelijk een precisie die een ingedrukt ruggenmerg niet meer doorgeeft.

Veel mensen schuiven die veranderingen op hun leeftijd of op slijtage in hun vingers. Toch is het verschil duidelijk. Artrose in je hand vervormt de gewrichten en doet daar pijn, een myelopathie maakt de hand onhandig zonder pijnlijke vingers, vaak met een vaag doof gevoel. De BMJ wijst er ook op dat een carpaletunnelsyndroom aan beide kanten soms een myelopathie verbergt.

De diagnose laat vaak lang op zich wachten. In een Israëlische reeks die de BMJ aanhaalt, zat er gemiddeld 2,2 jaar tussen de eerste klachten en de diagnose, na meer dan 5 consulten. Intussen kan de druk toenemen. Bednarik volgde 199 mensen bij wie de MRI een ingedrukt ruggenmerg liet zien zonder één klacht: 22,6% kreeg in 2 tot 12 jaar alsnog een myelopathie. Wie al uitstralende armpijn had, liep meer risico.

Is artrose in de nek gevaarlijk? De signalen die niet kunnen wachten

Meestal niet. De meeste nekartrose blijft op niveau 1, met pijn en stijfheid die je kunt beïnvloeden. Bij de volgende klachten wacht je echter niet tot de volgende controle. De termijn is wat redelijk is, geen maximum:

Wat je merktWat het kan betekenenWanneer
Onhandige handen aan beide kanten: knoopjes, sleutels, schrijven, dingen laten vallenDruk op het ruggenmerg (myelopathie)Huisarts binnen een week, daarna MRI en neuroloog
Onzeker lopen, stijve benen, onverklaarde valpartijenDruk op het ruggenmergHuisarts binnen een week, sneller als het erger wordt
Een stroomstoot door je rug, armen of benen als je je hoofd voorover buigtTeken van Lhermitte, het ruggenmerg lijdtSnel medisch advies
Krachtverlies in een arm of hand dat opkomt of toeneemtBeknelde zenuwwortel met uitvalHuisarts binnen enkele dagen
Nieuwe problemen met plassen of ontlasting, samen met klachten in armen of benenVergevorderde druk op het ruggenmergSpoed: huisarts of huisartsenpost direct bellen
Nekpijn met koorts, na een val of klap, of met onverklaard afvallenInfectie, breuk of afwijking van een wervelDezelfde dag huisarts of huisartsenpost
Plotselinge duizeligheid met moeite met praten of zien, of een slappe kantBeroerteBel 112

Een arts die aan myelopathie denkt, zoekt naar specifieke tekens. Te levendige reflexen, het teken van Hoffmann (de duim buigt mee als de top van je middelvinger wordt aangetikt), een afwijkende voetzoolreflex van Babinski, een schuifelende gang. Ze ontbreken vaak in het begin, maar als ze er zijn, zeggen ze veel.

De ernst wordt daarna gescoord op een functieschaal van 18 punten, de mJOA-score. Die beoordeelt het gebruik van je handen, het lopen, het gevoel en de blaas. Een studie bij 757 patiënten legde de grenzen vast die internationale richtlijnen overnemen.

mJOA-score: ernst van een cervicale myelopathie

0: maximale beperking18: normale functie
Ernstig: 0 tot 11
Matig: 12 tot 14
Licht: 15 tot 17
Internationale richtlijnen adviseren een operatie vanaf het matige stadium. Bij een lichte vorm komen een operatie of begeleide revalidatie allebei in aanmerking, met strakke controle.

Nog een punt dat je beschermt: bij een myelopathie zijn snelle manipulaties van de nek streng af te raden. Ga je voor een stijve nek naar een manueel therapeut, chiropractor of osteopaat, meld dan elke onhandigheid van je handen en elk probleem met lopen.

Wat de MRI laat zien, en wat het verslag betekent

Een röntgenfoto toont het bot: versmalde tussenwervelruimtes, osteofyten, de stand van de wervels. Zenuwen en ruggenmerg zie je er niet op, en bij gewone nekpijn zonder alarmsignalen is een foto meestal niet nodig. De MRI-scan is het onderzoek dat telt zodra er een neurologisch signaal is. Soms volgt een EMG, om een zenuwwortel te bevestigen of een beknelde zenuw in de pols uit te sluiten.

Anatomische plaat in zijaanzicht van de halswervelkolom, met een uitpuilende schijf en osteofyten die het wervelkanaal vernauwen en het ruggenmerg indrukken
In het Japanse MRI-onderzoek zat 41% van de drukplekken op het ruggenmerg tussen C5 en C6, en 27% tussen C6 en C7: de twee niveaus van je nek die het zwaarst worden belast.

In het verslag staan woorden die soms meer ongerust maken dan nodig. Zo lees je ze:

Woord in het verslagWat het betekentWat het verandert
Discopathie, versmalde tussenwervelruimteVersleten, ingezakte schijfHeel gewoon, op zich niet ernstig
Osteofyten, uncovertebrale artroseBenige randjes aan de zijkant van de wervelsAlleen van belang als het bij je klachten past
FacetartroseSlijtage van de kleine gewrichtjes achteraanKan nekpijn en hoofdpijn verklaren
Foraminale stenoseHet uitgangsgat van een zenuw is nauwTelt als je aan dezelfde kant armpijn hebt
Nauw wervelkanaal, kanaalstenoseMinder ruimte voor het ruggenmergLet op je handen en je manier van lopen
MyelumcompressieHet ruggenmerg wordt geraakt en vervormdSpecialistisch advies, ook zonder klachten
Signaalverandering in het myelum, myelopathieHet ruggenmerg zelf toont schadeTeken van ernst, snel advies

Dezelfde slijtage van de facetgewrichten kan ook lager in je rug zitten, zoals je leest in ons artikel over facetartrose in de rug. De BMJ benadrukt nog iets: hoe sterk de druk op de MRI is, zegt weinig over hoe ernstig de klachten zijn. Een matige vernauwing kan een duidelijke myelopathie geven, een indrukwekkende vernauwing kan stil blijven. Het lichamelijk onderzoek beslist, de scan bevestigt.

Wat helpt bij artrose in de nek?

Bij een nek met artrose zonder neurologische tekens is bewegen de basis van de behandeling. De Cochrane-review over oefeningen bij langdurige nekpijn, met 27 studies en 2.485 deelnemers, ziet vooral nut in het versterken van de spieren van nek, schouders en bovenrug. Alleen rekken levert weinig op. Mik op korte sessies, 2 tot 3 keer per week, in het begin begeleid door een fysiotherapeut of oefentherapeut.

In Nederland kun je zonder verwijzing naar de fysiotherapeut. De basisverzekering vergoedt fysiotherapie voor volwassenen alleen bij aandoeningen op de chronische lijst, en dan pas vanaf de 21e behandeling. Kijk dus vooraf wat je aanvullende verzekering dekt.

Warmte, zoals een warme douche of een kruik, en paracetamol helpen je door een opvlamming heen. Een ontstekingsremmer zoals ibuprofen of naproxen gebruik je kort, en in overleg met je huisarts. Bij een zenuwwortel die heel pijnlijk blijft, kan een injectie ter sprake komen. Een halskraag draag je hooguit enkele weken, bij een verse zenuwbeknelling: langer verzwakt hij juist de spieren die hij moest beschermen.

Bij een myelopathie wordt een operatie die de druk van het ruggenmerg haalt de standaard, zodra de klachten matig zijn of toenemen. Een neurochirurg of orthopedisch chirurg voert die uit. Het doel is verdere achteruitgang stoppen, niet alles terugwinnen: het meeste herstel zie je 6 tot 12 maanden na de operatie, en wat daarna overblijft, blijft vaak.

Artrose wordt niet meer gezien als puur mechanische slijtage. Een laaggradige ontsteking in je lichaam houdt de afbraak van gewrichten mede in stand, en leefstijl, beweging en gewicht blijven de bewezen knoppen om aan te draaien. Een supplement dat we voor gewrichten en mobiliteit na je vijftigste samenstelden kan dat ondersteunen: Longvida-curcumine, gestandaardiseerde boswellia, gember, quercetine en alfaliponzuur, 4 capsules per dag. Het haalt geen druk van een zenuw of van het ruggenmerg, en het vervangt geen van de onderzoeken hierboven. Het wordt afgeraden bij zwangerschap en borstvoeding, bij galproblemen of diabetes, en bij gebruik van bloedverdunners, middelen tegen kanker of immunosuppressiva.

Veelgestelde vragen

Welke medicatie helpt bij artrose in de nek?

Paracetamol is de eerste keus, eventueel kort aangevuld met een ontstekingsremmer zoals ibuprofen of naproxen, in overleg met je huisarts, zeker als je ouder bent of een gevoelige maag hebt. Geen enkel medicijn herstelt kraakbeen. Blijft een zenuwwortel erg pijnlijk, dan kan de arts andere pijnstilling of een injectie bespreken.

Kan artrose in de nek hartkloppingen geven?

Artrose in de nek is geen bekende oorzaak van hartkloppingen. Wel gaan nekpijn, spanning en slecht slapen vaak samen, en spanning kan je hart voelbaar laten bonzen. Heb je hartkloppingen met pijn op de borst, benauwdheid of flauwvallen, bel dan meteen 112. Losse hartkloppingen bespreek je met je huisarts.

Wat is een acute artrose-aanval in de nek?

Zo noemen mensen een periode van enkele dagen tot weken waarin een nek met artrose veel pijnlijker en stijver is dan anders, vaak na overbelasting of een slechte nacht. Blijf rustig bewegen, gebruik warmte en zo nodig paracetamol. Komen er tintelingen, krachtverlies of onhandige handen bij, bel dan je huisarts.

Mag je met artrose in de nek naar een chiropractor?

Bij gewone nekartrose helpt vooral begeleiding met oefeningen, bij een fysiotherapeut of manueel therapeut. Snelle manipulaties van de nek zijn streng af te raden zodra het ruggenmerg wordt ingedrukt. Meld daarom altijd onhandige handen, onzeker lopen of tintelingen in beide armen voordat iemand aan je nek draait.


Bronnen

Davies B.M., Mowforth O.D., Smith E.K., Kotter M.R. (2018). Degenerative cervical myelopathy. BMJ, 360, k186. DOI: 10.1136/bmj.k186

Fehlings M.G., Tetreault L.A., Riew K.D. et al. (2017). A clinical practice guideline for the management of patients with degenerative cervical myelopathy: recommendations for patients with mild, moderate, and severe disease and nonmyelopathic patients with evidence of cord compression. Global Spine Journal, 7(3 Suppl), 70S-83S. DOI: 10.1177/2192568217701914

Tetreault L., Kopjar B., Nouri A. et al. (2017). The modified Japanese Orthopaedic Association scale: establishing criteria for mild, moderate and severe impairment in patients with degenerative cervical myelopathy. European Spine Journal, 26(1), 78-84. DOI: 10.1007/s00586-016-4660-8

Bednarik J., Kadanka Z., Dusek L. et al. (2008). Presymptomatic spondylotic cervical myelopathy: an updated predictive model. European Spine Journal, 17(3), 421-431. DOI: 10.1007/s00586-008-0585-1

Nakashima H., Yukawa Y., Suda K. et al. (2015). Abnormal findings on magnetic resonance images of the cervical spines in 1211 asymptomatic subjects. Spine, 40(6), 392-398. DOI: 10.1097/BRS.0000000000000775

Radhakrishnan K., Litchy W.J., O’Fallon W.M., Kurland L.T. (1994). Epidemiology of cervical radiculopathy. A population-based study from Rochester, Minnesota, 1976 through 1990. Brain, 117(2), 325-335. DOI: 10.1093/brain/117.2.325

Kuijper B., Tans J.T., Beelen A., Nollet F., de Visser M. (2009). Cervical collar or physiotherapy versus wait and see policy for recent onset cervical radiculopathy: randomised trial. BMJ, 339, b3883. DOI: 10.1136/bmj.b3883

Gross A., Kay T.M., Paquin J.P. et al. (2015). Exercises for mechanical neck disorders. Cochrane Database of Systematic Reviews, CD004250. DOI: 10.1002/14651858.CD004250.pub5

0