Facetartrose is slijtage van de facetgewrichten, de twee kleine gewrichtjes die elke wervel achteraan met de volgende verbinden. Typisch is lage rugpijn die opkomt bij lang staan en bij achteroverbuigen, en die zakt bij lopen en bij vooroverbuigen. Het beeld hoort bij ouder worden en is op zichzelf geen reden tot zorg.
Dat het bij ouder worden hoort, maakt de pijn niet minder echt. Wel verandert het wat er verstandig is om te doen, en vooral wat er niet hoeft.
Waar de facetgewrichten zitten en wat ze doen
Kijk je van achteren naar de wervelkolom, dan zie je aan weerszijden van elke wervel twee kleine gewrichtsvlakken die op de wervel eronder rusten. Dat zijn de facetgewrichten. Elke wervel heeft er vier, twee naar boven en twee naar beneden.
Ze zijn de enige echte synoviale gewrichten van de wervelkolom: met kraakbeen, gewrichtsvocht en een kapsel eromheen, net als een knie, alleen dan op zakformaat. Dat kapsel zit vol zenuwuiteinden, en daar komt de pijn vandaan.
Hun taak is sturen en begrenzen. Ze bepalen hoeveel je kunt draaien en hoe ver je achterover kunt buigen, en ze houden de wervel op zijn plek als je vooroverbuigt. Bij achteroverbuigen schuiven ze in elkaar en dragen ze een fors deel van je gewicht.
Hoe facetartrose ontstaat
Hoe de belasting verschuift naar achteren
Bijna niemand krijgt facetartrose als geïsoleerd probleem. De keten begint een verdieping hoger, bij de tussenwervelschijf. Die verliest met de jaren water, wordt lager en veert minder ver terug.
Zakt de ruimte tussen twee wervels in, dan verandert de stand van de gewrichtjes erachter. Ze vangen meer druk op dan waarvoor ze gebouwd zijn, het kraakbeen slijt en het kapsel verdikt. Dat is dezelfde volgorde als bij een knie of een heup, alleen in het klein.
Daarom staat op veel radiologieverslagen zowel discopathie als facetartrose. Twee woorden, één proces. Wie ze als twee losse diagnoses leest, schrikt dubbel zo hard zonder reden.
Hoe je het herkent
De klachten hebben een eigen handtekening, en die helpt om ze te onderscheiden van een hernia of van een ontstoken rug.
De pijn zit laag in de rug, vaak aan één kant, en straalt hooguit uit naar de bil of de achterkant van het bovenbeen. Niet tot onder de knie. Ze neemt toe bij lang staan, bij achteroverbuigen en bij draaien, en zakt als je gaat lopen of licht voorovergebogen staat, bijvoorbeeld leunend op een winkelwagen.
’s Ochtends ben je 5 tot 15 minuten stijf, niet langer. Duurt die ochtendstijfheid meer dan een half uur en word je ’s nachts wakker van de pijn, dan past dat beter bij een ontstekingsziekte dan bij slijtage, en hoort er een reumatoloog naar te kijken.
In de nek geeft hetzelfde proces stijfheid bij draaien en soms hoofdpijn achter in het hoofd. Het heet dan cervicale facetartrose, maar het mechanisme is identiek.
Wat een scan wel en niet bewijst
GEZOND GEWRICHT
Glad kraakbeen, een dun laagje gewrichtsvocht, het kapsel niet geprikkeld. Draaien en achteroverbuigen gaan zonder nadenken.
SLIJTAGE ZONDER PIJN
Kraakbeen dunner, kapsel dikker, botrandjes zichtbaar op de scan. Zo ziet het eruit bij ruim 6 op de 10 mensen boven de 40, klachten of niet.
SLIJTAGE MET KLACHTEN
Hetzelfde beeld, maar met een geprikkeld kapsel, aangespannen rugspieren en vermijdingsgedrag eromheen. Dat laatste is het deel dat je kunt veranderen.
Dit is het stuk dat op de meeste Nederlandse pagina’s ontbreekt. Onderzoekers maakten CT-scans van 188 deelnemers aan de Framingham Heart Study, tussen de 40 en 80 jaar oud, en telden facetartrose bij 59,6 procent van de mannen en 66,7 procent van de vrouwen. Het niveau L4-L5 was met 45,1 procent het vaakst aangedaan.
Daarna keken ze of die mensen ook rugpijn hadden gehad in het afgelopen jaar. Op geen enkel niveau vonden ze een verband tussen facetartrose op de scan en klachten. Slijtage zien is dus niet hetzelfde als de oorzaak vinden.
Dat verklaart waarom je huisarts niet meteen een foto aanvraagt. Het beeld verandert het beleid nauwelijks, terwijl het je wel ongeruster maakt. Beeldvorming wordt interessant als er uitval is, als er koorts of gewichtsverlies bij komt, of als een ingreep wordt overwogen.
Wat helpt, en wat het oplevert
Bewegen is de basis, en niet elke vorm werkt even goed. Een netwerkanalyse van 89 studies bij 5 578 mensen met langdurige aspecifieke lage rugpijn zette de vormen op een rij. Pilates kwam er voor pijn als beste uit, krachttraining en stabilisatieoefeningen voor het dagelijks functioneren. Rekken alleen deed niet beter dan niets doen.
| Aanpak | Wat het onderzoek laat zien | Plaats in het traject |
|---|---|---|
| Uitleg en belasting opbouwen | Basis van elke richtlijn | Vanaf het begin |
| Pilates, kracht, stabilisatie | De hoogst scorende vormen in de netwerkanalyse | 2 keer per week, blijvend |
| Rekken alleen | Niet beter dan geen behandeling | Hooguit als aanvulling |
| Pijnstilling | Overbrugt een opvlamming, verandert het beloop niet | Kort en afgesproken |
| Proefblokkade | Toont aan of het gewricht de pijnbron is | Alleen voor een ingreep |
| Radiofrequente behandeling | Klein effect tegenover placebo, geen winst bovenop oefentherapie | Zelden, na maanden |
| Vastzetten van wervels | Zware ingreep, beperkte plaats bij zuivere facetartrose | Uitzondering |
Over die radiofrequente behandeling, waarbij het zenuwtakje naar het gewricht met warmte wordt uitgeschakeld, bestaat het meest interessante Nederlandse onderzoek van dit onderwerp. In 16 pijnklinieken in Nederland werden 681 mensen met langdurige lage rugpijn geloot. Iedereen kreeg een oefenprogramma van 3 maanden, en de helft kreeg de zenuwbehandeling erbij.
In de facetgroep, 251 deelnemers, was het verschil in pijn na 3 maanden 0,18 punt op een schaal van 10, in het voordeel van de behandelde groep. De onderzoekers hadden vooraf afgesproken dat pas 2 punten verschil klinisch de moeite waard zou zijn. Een eerder Cochrane-overzicht van 23 studies bij 1 309 mensen vond wel een effect tegenover een nepbehandeling, van 1,47 punt op korte termijn.
Die twee uitkomsten spreken elkaar minder tegen dan het lijkt. Tegenover niets doen verzet de behandeling iets. Bovenop een goed oefenprogramma voegt ze bij deze groep nauwelijks iets toe. De oefeningen zijn dus niet het voorprogramma, ze zijn de behandeling.
Het terrein eronder telt mee. Slaap, gewicht en de dagelijkse dosis beweging bepalen hoe prikkelbaar een gewrichtskapsel is. Wie dat wil ondersteunen, kan naast de oefeningen kijken naar een getitreerde formule voor gewrichtspijn.
Leeftijd, werk en wat je beter laat
Facetartrose komt vanaf ongeveer 40 jaar in beeld en neemt daarna gestaag toe. Boven de 60 is het eerder regel dan uitzondering. Vrouwen hebben op de lage niveaus vaker slijtage dan mannen.
Werken gaat bij de meeste mensen gewoon door. Wat het lastig maakt is de houding die je te lang aanhoudt: lang staan zonder je gewicht te verplaatsen, of werk boven je hoofd waarbij je de hele tijd achteroverbuigt. Wissel elke 20 tot 30 minuten van houding, zet één voet op een verhoging bij staand werk, en verdeel zwaar tilwerk over de dag.
Wat je beter laat: dagen achtereen plat gaan liggen, en bewegingen helemaal vermijden omdat ze pijn deden. Een gewricht dat niet meer door zijn bereik gaat, wordt stijver en gevoeliger, niet rustiger. Ondersteunend zijn ook gewicht, slaap en een samenstelling gericht op de ontstekingsbalans, altijd naast het bewegen.
Waar je in Nederland terechtkunt
De huisarts is het startpunt en werkt volgens de NHG-Standaard voor aspecifieke lage rugpijn. Die is bewust terughoudend met beeldvorming, juist omdat slijtage bij bijna iedereen te zien is.
Naar de fysiotherapeut ga je zonder verwijzing, via directe toegankelijkheid. De vergoeding loopt bij deze klachten meestal via de aanvullende verzekering. Een verwijzing naar een pijnkliniek of orthopeed komt pas in beeld als de klachten na maanden aanhouden ondanks een opgebouwd oefenprogramma.
Wat is het verschil tussen artrose en facetartrose?
Artrose is slijtage van een gewricht, waar dan ook. Facetartrose is diezelfde slijtage in de facetgewrichten van de wervelkolom, de kleine gewrichtjes achter elke wervel. Het woord spondylartrose betekent hetzelfde. Spondylose is ruimer en dekt ook de schijven en de botrandjes.
Is facetartrose ernstig?
Nee. Het is een verouderingsverschijnsel dat bij ruim 6 op de 10 mensen boven de 40 op een scan te zien is, meestal zonder klachten. Het leidt niet tot verlamming en het is geen ontstekingsziekte. Wel kan het periodes van hinderlijke lage rugpijn geven.
Wat te doen tegen facetartrose?
Blijf bewegen en bouw belasting op. Kies vormen die romp en benen sterker maken, zoals pilates, krachttraining of stabilisatieoefeningen, 2 keer per week. Wissel regelmatig van houding tijdens werk. Pijnstilling helpt je door een opvlamming heen maar verandert het beloop niet.
Kun je werken met facetartrose?
Meestal wel, ook bij staand of tillend werk. Het probleem is zelden de zwaarte maar de houding die je te lang aanhoudt. Wissel elke 20 tot 30 minuten, zet bij staand werk één voet op een verhoging en spreid zwaar tilwerk over de dag. Overleg met de bedrijfsarts als het echt niet past.
Op welke leeftijd komt facetartrose het meest voor?
Vanaf ongeveer 40 jaar wordt het zichtbaar en het neemt daarna toe met elk decennium. In het Framingham-onderzoek onder mensen van 40 tot 80 jaar had 59,6 procent van de mannen en 66,7 procent van de vrouwen facetartrose op de CT-scan. Boven de 60 is het eerder regel dan uitzondering.
Wat mag je niet doen bij facetartrose?
Dagenlang plat gaan liggen, en bewegingen blijvend vermijden omdat ze een keer pijn deden. Beide maken de rug stijver en gevoeliger. Wat verder weinig oplevert is alleen rekken, en een operatie overwegen zonder eerst een opgebouwd oefenprogramma van enkele maanden te hebben gedaan.
Wat je hiervan onthoudt
Facetartrose is slijtage van de kleine gewrichtjes achteraan, meestal als gevolg van een lager geworden tussenwervelschijf. Ruim 6 op de 10 mensen tussen de 40 en 80 hebben het op de scan, en in dat onderzoek hing het met geen enkel niveau samen met rugpijn.
De pijn zakt bij lopen en bij licht vooroverbuigen, en komt op bij lang staan en achteroverbuigen. Wat werkt is opgebouwde belasting met kracht en stabiliteit, twee keer per week, blijvend. De zenuwbehandeling voegt bovenop een goed oefenprogramma weinig toe. Bij uitval in een been, koorts of nachtelijke pijn bel je de huisarts.
Bronnen
Kalichman L., Li L., Kim D.H. e.a. Facet Joint Osteoarthritis and Low Back Pain in the Community-Based Population. Spine, 2008;33(23):2560-2565. DOI: 10.1097/BRS.0b013e318184ef95
Gellhorn A.C., Katz J.N., Suri P. Osteoarthritis of the spine: the facet joints. Nature Reviews Rheumatology, 2013;9(4):216-224. DOI: 10.1038/nrrheum.2012.199
Juch J.N.S., Maas E.T., Ostelo R.W.J.G. e.a. Effect of Radiofrequency Denervation on Pain Intensity Among Patients With Chronic Low Back Pain: The Mint Randomized Clinical Trials. JAMA, 2017;318(1):68. DOI: 10.1001/jama.2017.7918
Maas E.T., Ostelo R.W.J.G., Niemisto L. e.a. Radiofrequency denervation for chronic low back pain. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2015;(10):CD008572. DOI: 10.1002/14651858.CD008572.pub2
Owen P.J., Miller C.T., Mundell N.L. e.a. Which specific modes of exercise training are most effective for treating low back pain? Network meta-analysis. British Journal of Sports Medicine, 2020;54(21):1279-1287. DOI: 10.1136/bjsports-2019-100886