Myofasciale pijn komt van een gevoelige verharding in een spier, een triggerpoint, en wordt vaak ergens anders gevoeld dan waar die verharding zit. Er is meestal niets te zien op een scan en geen ontsteking in het bloed. Meetbaar is iets anders: in het bindweefselvlies eromheen glijden de bladen minder soepel langs elkaar.
Vrijwel elke Nederlandse pagina over dit onderwerp beschrijft de knoop en gaat dan snel door naar dry needling. Het mechanisme eronder blijft onbenoemd, terwijl juist dat verklaart waarom de klachten terugkomen zodra de naald weg is.
De betekenis van myofasciaal
Het woord bestaat uit twee delen. Myo is spier, fascia is het vlies van bindweefsel dat elke spier omhult, ze van elkaar scheidt en ze met elkaar verbindt. Myofasciale pijn is dus pijn die uit dat samenspel komt, niet uit de spiervezel alleen.
Dat vlies is geen passief vel. Onderzoek aan de universiteit van Padua liet zien dat tussen de vezelige lagen een laag met hyaluronzuur ligt, gemaakt door cellen die de onderzoekers fasciacyten hebben genoemd. Die laag laat de bladen langs elkaar glijden. Een diepe fascie is ongeveer twee millimeter dik: 1,88 millimeter aan het bovenbeen, 1,73 aan de hals. Dun, maar bepalend voor hoe soepel je beweegt.
Hoe je het herkent
Myofasciale pijn heeft een eigen handtekening. De pijn is zeurend, drukkend of zwaar, zelden scherp, en ze straalt uit volgens een vast patroon dat niet het spoor van een zenuw volgt. Een verharding in de nek geeft hoofdpijn boven het oog. Een punt in de bil geeft pijn in de achterkant van het been.
Daarnaast voel je stijfheid, minder bewegingsuitslag en soms krachtsverlies in de spier zelf, zonder dat er iets zwakker is geworden. Druk op het punt doet gericht zeer en roept de klacht op die je herkent: dat is het teken waar een therapeut op afgaat.
Het glijden is wel te meten
Een triggerpoint is met geen enkele scan hard te maken, en dat maakt het begrip omstreden. Het glijden van de fascie is dat wel. Onderzoekers maten met echografie hoeveel de lagen van de rugfascie langs elkaar schuiven bij 121 mensen, van wie er 71 langer dan een jaar lage rugpijn hadden. Dat een verschijnsel geen bruikbare test heeft is overigens niet uniek: bij oxidatieve stress loopt het net zo, goed beschreven in het laboratorium en niet af te lezen aan een uitslag die je zelf bestelt.
glijvermogen van de rugfascie bij mensen met chronische lage rugpijn, tegen 70,2 % bij mensen zonder klachten
Langevin e.a., 121 deelnemers, BMC Musculoskeletal Disorders, 2011
Bijna een vijfde minder beweging tussen de lagen, bij mensen die verder normale spieren en normale wervels hebben. De verklaring die daarbij hoort komt uit Padua: als het hyaluronzuur tussen de lagen zich samenpakt en dichter wordt, gaat het glijden verloren. Die verdichting is in verschillende organen beschreven en is niet hetzelfde als littekenweefsel: ze is omkeerbaar.
Dat onderscheid verandert de aanpak. Verdichting los je op met beweging, warmte en langzame druk. Littekenweefsel niet.
Myofasciale pijn of fibromyalgie?
Deze twee worden vaak door elkaar gehaald, ook in de spreekkamer. Ze overlappen, maar de aanpak verschilt.
| Kenmerk | Myofasciaal pijnsyndroom | Fibromyalgie |
|---|---|---|
| Waar de pijn zit | In een of enkele spiergroepen | Verspreid over het hele lichaam |
| Het punt zelf | Een harde streng met een gevoelige plek erin | Gevoelige plekken zonder verharding |
| Uitstraling | Een vast patroon op afstand van het punt | Geen typisch uitstralingspatroon |
| Slaap en vermoeidheid | Meestal normaal | Vrijwel altijd verstoord |
| Beloop | Vaak op te lossen als de oorzaak wegvalt | Chronisch, met wisselende perioden |
Ze kunnen naast elkaar bestaan. Wie fibromyalgie heeft, krijgt ook triggerpoints, en die zijn dan wel degelijk te behandelen, ook al verdwijnt de onderliggende aandoening niet.
Behandeling: het snelle effect en de valkuil
Dry needling is in Nederland de bekendste behandeling: een dun naaldje in de harde streng, waarna de spier kort samentrekt en daarna loslaat. Het werkt bij veel mensen snel op de pijn. Het neemt alleen niet de reden weg waarom die spier overbelast raakte.
Manuele druk, rekken, warmte en dosering van de belasting doen hetzelfde werk, langzamer, maar met meer kans dat het blijft. De fascie reageert op tijd meer dan op kracht: dertig tot zestig seconden langzaam volgehouden druk verandert er meer aan dan hetzelfde punt hard kneden.
Triggerpoints zelf aanpakken
Zoek de gevoelige plek met je vinger of een bal tegen de muur. Zak er langzaam op in tot de druk stevig is maar te verdragen, ergens rond een zes op tien. Blijf ademen en houd dertig tot zestig seconden vast. Vaak zakt de gevoeligheid onder je vinger weg terwijl je wacht.
Beweeg daarna de spier door zijn volledige bereik, twee of drie keer rustig. Druk zonder beweging erna heeft weinig blijvend effect. Doe dit hooguit twee keer per dag per punt: vaker maakt de plek juist geïrriteerder.
Blauwe plekken, een doof gevoel of pijn die naar beneden uitstraalt tijdens het drukken zijn stoptekens. Dan zit je op een zenuw of een bloedvat, niet op een triggerpoint.
Waarom de klachten terugkomen
Bijna iedereen die dit leest heeft de pijn al eens weg gehad. De vraag is waarom hij terugkeert, en daar ligt het antwoord zelden in de spier zelf.
WAT EEN TRIGGERPOINT IN STAND HOUDT
glijden van
de fascie
Lange statische houding
Uren in dezelfde stand zitten of staan laat de lagen op elkaar liggen zonder te schuiven.
Eentonige belasting
Steeds dezelfde beweging met steeds dezelfde spieren, zonder afwisseling.
Aanhoudende spanning
Spieren die onder stress licht aangespannen blijven, komen nooit helemaal in rust.
Te weinig volledige beweging
Een gewricht dat nooit door zijn hele bereik gaat, houdt de lagen op hun plek.
Kou en tocht
Een schouder die urenlang in de tocht staat, verhardt merkbaar sneller.
Waar je in Nederland terechtkunt
Voor fysiotherapie heb je geen verwijzing nodig: directe toegang bestaat al jaren en je kunt zelf bellen. Vraag naar iemand met scholing in myofasciale technieken of dry needling, want dat is een aanvullende opleiding en niet elke praktijk heeft die.
Ga wel eerst naar de huisarts als de pijn nieuw is en heftig, als er koorts of gewichtsverlies bij zit, als een arm of been echt zwakker wordt, of als de pijn je ‘s nachts wakker houdt. Dat past niet bij een triggerpoint en verdient eerst een andere verklaring. Diffuse spier- en gewrichtspijn met aanhoudende moeheid en bloedarmoede hoort in datzelfde rijtje: coeliakie wordt met een bloedtest uitgesloten, en daarvoor moet er op dat moment nog gluten in je voeding zitten.
Het ontstekingsspoor eronder
Lang gold de fascie als passief verpakkingsmateriaal. Dat beeld is herzien. Recent onderzoek beschrijft het vlies als rijk bezenuwd, met dunne vezels die pijnprikkels doorgeven, en dat gebeurt vooral wanneer er ontsteking in het weefsel aanwezig is. Er is zelfs beschreven dat fascieweefsel zich op een gladde-spierachtige manier kan samentrekken.
Dat verklaart waarom myofasciale pijn zo vaak samenvalt met periodes van slecht slapen, stress of een slechte conditie. De gevoeligheid van die vezels is geen vaste waarde. Wie zijn ontstekingslast aanpakt via slaap, beweging, gewicht en voeding, verandert de achtergrond waartegen die punten ontstaan. Een ontstekingsremmende formule hoort in die rij en niet ervoor; zit de pijn vooral in je onderrug, dan is er een variant voor rugklachten. Wie die achtergrond systematisch wil aanpakken, komt al snel bij de gewoonten uit de biohacking-hoek terecht, waar dezelfde knoppen terugkeren: slapen, bewegen, en één ding tegelijk veranderen in plaats van alles door elkaar.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de kenmerken van myofasciale pijn?
Zeurende, drukkende pijn die uitstraalt volgens een vast patroon dat niet het spoor van een zenuw volgt, met stijfheid en minder bewegingsuitslag. Druk op een harde streng in de spier doet gericht zeer en roept precies de klacht op die je kent. Bloedonderzoek en scans laten niets zien.
Wat is de betekenis van myofasciaal?
Myo betekent spier, fascia is het bindweefselvlies dat elke spier omhult en met de buren verbindt. Myofasciaal duidt dus op het samenspel van beide. Dat is geen woordspel: het glijden tussen die lagen is meetbaar verminderd bij mensen met chronische klachten.
Wat zijn myofasciale triggerpoints?
Overgevoelige plekken in een harde, strengvormige verdikking binnen een spier. Druk erop geeft plaatselijke pijn en vaak uitstraling op afstand. Ze zijn niet op een scan aan te tonen, wat het begrip omstreden maakt, maar het patroon van uitstraling is bij veel mensen goed reproduceerbaar.
Wat is het verschil tussen myofasciaal pijnsyndroom en fibromyalgie?
Myofasciale pijn zit in een of enkele spiergroepen, met een voelbare harde streng en uitstraling volgens een vast patroon. Fibromyalgie is verspreid over het lichaam, zonder die strengen, en gaat vrijwel altijd samen met slaapproblemen en vermoeidheid. Ze kunnen naast elkaar bestaan.
Hoe masseer je triggerpoints weg?
Zak langzaam op de gevoelige plek in tot de druk stevig maar te verdragen is, en houd dertig tot zestig seconden vast terwijl je doorademt. Beweeg de spier daarna door zijn volledige bereik. Hooguit twee keer per dag per punt: vaker maakt de plek geïrriteerder in plaats van rustiger.
Helpt dry needling bij myofasciale pijn?
Bij veel mensen zakt de pijn er snel van, doordat de spier kort samentrekt en daarna loslaat. Het verandert alleen niet de reden waarom die spier overbelast raakte. Zonder aanpassing van houding, afwisseling en belasting komen de punten meestal terug.
Wat je hiervan onthoudt
- Myofasciale pijn straalt uit volgens een vast patroon dat geen zenuw volgt. Dat patroon is het herkenningspunt.
- Wat meetbaar is, is niet de knoop maar het glijden: 56 procent tegen 70 procent bij mensen zonder rugklachten.
- Verdichting van de laag hyaluronzuur is omkeerbaar, littekenweefsel niet. Dat verschil bepaalt wat je kunt verwachten.
- Druk werkt met tijd, niet met kracht: dertig tot zestig seconden, daarna bewegen.
- Nieuwe, heftige pijn met koorts, gewichtsverlies of echte krachtsvermindering is geen triggerpoint. Dan eerst de huisarts.
Bronnen
Stecco C., Stern R., Porzionato A. e.a. Hyaluronan within fascia in the etiology of myofascial pain. Surgical and Radiologic Anatomy, 2011;33(10):891-896. DOI: 10.1007/s00276-011-0876-9
Langevin H.M., Fox J.R., Koptiuch C. e.a. Reduced thoracolumbar fascia shear strain in human chronic low back pain. BMC Musculoskeletal Disorders, 2011;12:203. DOI: 10.1186/1471-2474-12-203
Langevin H.M. Fascia Mobility, Proprioception, and Myofascial Pain. Life, 2021;11(7):668. DOI: 10.3390/life11070668
Stecco A., Cowman M., Pirri N. e.a. Densification: Hyaluronan Aggregation in Different Human Organs. Bioengineering, 2022;9(4):159. DOI: 10.3390/bioengineering9040159
Fede C., Angelini A., Stern R. e.a. Quantification of hyaluronan in human fasciae: variations with function and anatomical site. Journal of Anatomy, 2018;233(4):552-556. DOI: 10.1111/joa.12866
Schleip R., Klingler W., Lehmann-Horn F. Active fascial contractility: Fascia may be able to contract in a smooth muscle-like manner and thereby influence musculoskeletal dynamics. Medical Hypotheses, 2005;65(2):273-277. DOI: 10.1016/j.mehy.2005.03.005