Fasciitis plantaris: waarom die eerste stappen ’s ochtends zo pijn doen

Active ton protocole
Groep hardlopers van achteren gezien terwijl ze een betonnen trap op rennen

Fasciitis plantaris is een overbelasting van de peesplaat onder je voet, daar waar die aan het hielbeen vastzit. Het herkenbare teken is stekende pijn bij de eerste stappen na opstaan of na lang zitten, die na een paar minuten lopen zakt. Bij ongeveer negen op de tien mensen gaat het over zonder operatie.

Wat mensen vooral dwarszit, is de duur. Weken worden maanden, en niemand vertelt waarom. Dat komt doordat het weefsel dat hier bezwijkt zich anders gedraagt dan een spier: het heeft nauwelijks doorbloeding en herstelt in de orde van maanden, niet dagen.

Wat de peesplaat doet, en wat er misgaat

Onder je voetzool loopt een stevige band van bindweefsel van het hielbeen naar de tenen: de plantaire fascie, in het Nederlands de peesplaat. Ze houdt de voetboog gespannen, ongeveer zoals de pees van een boog het hout gebogen houdt.

Bij elke stap gebeurt er iets slims. Op het moment dat je hiel loskomt en je tenen strekken, wikkelt de peesplaat zich om de tenenkootjes en trekt de voetboog omhoog. Je voet verandert zo van een soepele demper in een stijve hefboom. Dat mechanisme heet het windlass principe, en het verklaart waarom de pijn juist opkomt bij afzetten.

Gaat er te vaak te veel spanning door die plaat, dan raakt het weefsel op de aanhechting aan het hielbeen beschadigd. Het wordt dikker, ongeordend en gevoelig. Op een echo is de plaat bij mensen met deze klacht meetbaar dikker dan bij mensen zonder, met meer vaatvorming eromheen.

Fasciitis plantaris of hielspoor: is dat hetzelfde?

In de spreekkamer worden beide woorden door elkaar gebruikt, en de meeste mensen zoeken op hielspoor. Toch beschrijven ze niet hetzelfde ding.

Fasciitis plantaris is de aandoening van het weefsel. Een hielspoor is een botpuntje dat op een röntgenfoto zichtbaar wordt op het hielbeen. Dat puntje is het gevolg van jarenlange trek op de aanhechting, geen oorzaak van de pijn. Veel mensen met een hielspoor hebben nooit pijn gehad, en veel mensen met deze klacht hebben helemaal geen spoor.

Praktisch betekent dat het volgende: het spoor weghalen lost zelden iets op, en de behandeling van beide is dezelfde. Wie zoekt op hielspoor komt op dezelfde adviezen uit als wie zoekt op fasciitis plantaris.

Een waarschuwing over het woord zelf. Zoek nooit alleen op fasciitis. Dat woord leidt in het Nederlands vooral naar fasciitis necroticans, een zeldzame en levensbedreigende weefselinfectie die met spoed geopereerd moet worden. Die heeft niets met je hiel te maken. Schrijf het altijd voluit: fasciitis plantaris.

Waarom de naam misleidend is

Ontsteking of slijtage?

Wat de naam suggereert

  • De uitgang -itis betekent ontsteking.
  • Dus zijn ontstekingsremmers en een injectie logisch.
  • Dus is rust nodig tot de ontsteking weg is.

Wat het weefsel laat zien

  • Bij 50 patiënten na een hieloperatie vond men afbraak van collageen, geen ontstekingscellen.
  • De auteurs stelden de naam fasciose voor in plaats van fasciitis.
  • Herhaalde corticosteroïdinjecties kunnen de peesplaat juist doen scheuren.
Lemont e.a. onderzochten in 2003 het weefsel van 50 patiënten na een hieloperatie. Wat ze zagen was slijtage van een overbelaste plaat, niet een ontsteking.

De uitgang -itis wekt de indruk dat er brand geblust moet worden. Onderzoek aan het weggehaalde weefsel liet iets anders zien: rommelig, verweekt collageen en nieuwe vaatjes, zonder de ontstekingscellen die je bij een echte ontsteking verwacht.

Dat verandert wat logisch is. Volledige rust laat de plaat verder verzwakken, terwijl ze juist prikkel nodig heeft om steviger te worden. En een injectie met corticosteroïden geeft soms weken verlichting, maar verzwakt het weefsel en wordt daarom niet zomaar herhaald.

Wie het krijgt, en waardoor

Wat de kans op fasciitis plantaris vergroot

BELASTING
VAN DE
PEESPLAAT

Overgewicht

Een BMI boven 27 is in de meta-analyse van 51 studies de enige klinische factor die steevast samenhangt met de klacht, met een odds ratio van 3,7.

Stugge enkel

Minder dan 10 graden dorsaalflexie met gestrekte knie is in het onderzoek van Riddle de zwaarst wegende risicofactor van allemaal.

Staand werk

Wie het grootste deel van de werkdag op de benen staat, loopt meer risico. Kappers, verplegers, koks en verkopers zijn oververtegenwoordigd.

Snelle opbouw

Meer kilometers, harder ondergrond of nieuwe schoenen binnen enkele weken. Het weefsel past zich langzamer aan dan je trainingsschema.

Stugge kuit

De kuitspieren trekken via de achillespees aan het hielbeen. Een korte kuit legt de peesplaat onder blijvende voorspanning.

De peesplaat scheurt niet door een verkeerde stap. Ze bezwijkt onder herhaalde belasting die net iets hoger ligt dan wat ze aankan.

De duidelijkste factor is gewicht. Een systematisch overzicht van 51 studies waarin 104 variabelen werden bekeken, hield één klinisch verband over dat overeind bleef: een BMI boven 27 gaf een odds ratio van 3,7. Het verband was het sterkst bij mensen die geen sport doen.

Bij een tweede studie, waarin 50 mensen met de klacht werden vergeleken met 100 mensen zonder, kwamen drie onafhankelijke factoren naar voren: een beperkte beweeglijkheid van de enkel omhoog, een BMI boven 30 met een odds ratio van 5,6, en staand werk. De beperkte enkel woog daarvan het zwaarst.

Dat is bruikbaar nieuws, want twee van die drie zijn beïnvloedbaar. Een stugge kuit rek je los. En elke kilo minder is minder trek op de aanhechting bij elke stap die je zet.

Wat je zelf doet in de eerste weken

Begin bij de belasting. Niet stoppen met bewegen, wel de piek eraf halen: minder kilometers, minder lang achtereen staan, harde vloeren afwisselen met een mat. Blijf lopen, maar in kortere blokken.

Zet daarna in op kracht in plaats van rekken alleen. In een Deense studie kregen 48 mensen met een op echo bevestigde diagnose ofwel dagelijks rekken van de peesplaat, ofwel om de dag zware hielheffingen met een handdoek onder de tenen. Na 3 maanden scoorde de krachtgroep 29 punten beter op de voetfunctievragenlijst. Na 12 maanden waren beide groepen even ver.

Dat resultaat is nuchter te lezen: kracht versnelt je herstel, het verandert de eindbestemming niet. Wie sneller van de ochtendpijn af wil, traint. Wie geduld heeft, komt er ook.

Verder helpen kleine dingen die je de hele dag doet meer dan één oefening ’s avonds. Draag schoenen met een stevige hielpartij en een lichte hakverhoging, ook binnenshuis. Rol je voetzool een minuut over een koud flesje. Rek je kuit met gestrekte knie tegen de muur, 3 keer 30 seconden, 2 keer per dag. Wat je beter laat: blootsvoets over tegels lopen, plotseling weer gaan hardlopen, en de pijn wegnemen met een pijnstiller om daarna door te gaan alsof er niets is.

Wat de behandelingen echt opleveren

Er wordt veel aangeboden. Het meeste onderzoek is klein, en de verschillen tussen behandelingen zijn kleiner dan de folders suggereren. Een netwerkanalyse van 31 gerandomiseerde studies bij 2 450 deelnemers concludeerde dat geen enkele behandeling aantoonbaar boven de andere uitsteekt.

WatWat het onderzoek laat zienWanneer zinvol
Belasting afbouwen en uitlegBasis van elke richtlijn, geen bijwerkingenAltijd, vanaf dag één
Zware hielheffingen29 punten winst op drie maanden tegenover rekkenVanaf week één, om de dag
Kuit- en peesplaatrekkenWerkt, alleen trager dan krachtDagelijks, als aanvulling
SteunzolenKlein effect op functie na 3 maanden, geen effect meer na 12 maandenVoor de eerste maanden, niet als eindoplossing
ShockwaveScoort in de netwerkanalyse relatief hoog, bewijs blijft onzekerBij klachten die na maanden blijven
CorticosteroïdinjectieKortdurende winst, risico op scheuren van de plaatZelden, en niet herhaald
OperatieLaatste stap, bij een kleine minderheidNa een jaar zonder resultaat

Over steunzolen is het bewijs het duidelijkst, en het is genuanceerd. 135 mensen kregen een neutrale nepzool, een confectiezool of een zool op maat. Na 3 maanden functioneerden de twee echte zolen iets beter dan de nepzool, ongeveer 8 punten op een schaal van honderd. Na 12 maanden was dat verschil verdwenen, en de maatzool deed het niet beter dan de confectiezool.

Naast belasting en oefening telt het terrein waarop je herstelt. Slaap, gewicht en voeding bepalen mee hoe snel bindweefsel zich herstelt. Wie dat wil ondersteunen, kan kijken naar een formule die op pezen en herstel is gericht, als aanvulling op de oefeningen en niet in de plaats ervan.

Hoe lang duurt het?

Reken op maanden. Bij ongeveer acht op de tien mensen zijn de klachten binnen een jaar weg. Een deel merkt binnen 6 weken al duidelijk verschil, vooral wie meteen de belasting aanpast en met kracht begint.

Het beloop verloopt zelden rechtlijnig. Een goede week gevolgd door een slechte dag na een lange wandeling hoort erbij en betekent geen terugval. Wat wel zorgen baart, is pijn die na 3 maanden geen enkele kant op beweegt of die ’s nachts opkomt zonder dat je gelopen hebt.

Waar je in Nederland terechtkunt

De huisarts is het startpunt. Het NHG heeft voor deze klacht een eigen behandelrichtlijn onder precies die naam, fasciitis plantaris, met een terughoudend beleid: uitleg, belasting aanpassen, oefeningen, en geen röntgenfoto omdat een hielspoor de behandeling niet verandert.

Naar een fysiotherapeut ga je zonder verwijzing, via directe toegankelijkheid. Dat geldt ook voor de podotherapeut, die de stand van je voet beoordeelt en zo nodig een zool maakt. De vergoeding voor beide loopt meestal via de aanvullende verzekering, dus controleer je polis voordat je een traject start.

Naar een orthopeed word je pas verwezen als de klachten na maanden aanhouden, of als er twijfel is over de diagnose.

Wanneer het iets anders is

Een paar patronen passen niet bij deze aandoening, en ze zijn de moeite waard om te kennen.

Pijn die uitstraalt naar de tenen, brandt of tintelt, wijst eerder op een beknelde zenuw in de voetzool. Pijn die vooral aan de zijkant van de hiel zit en toeneemt bij knijpen van opzij, kan een stressfractuur van het hielbeen zijn, zeker bij militairen, hardlopers en mensen met osteoporose. Pijn in beide hielen bij iemand onder de veertig, met stijve rug en nachtelijke klachten, hoort bij een reumatoloog thuis: bij de ziekte van Bechterew is een ontstoken peesaanhechting aan de hiel een bekend eerste teken.

Wat is het verschil tussen hielspoor en fasciitis plantaris?

Fasciitis plantaris is de aandoening van de peesplaat onder de voet. Een hielspoor is een botpuntje op het hielbeen dat op een röntgenfoto te zien is, ontstaan door jarenlange trek. Het puntje veroorzaakt de pijn niet: veel mensen met een spoor hebben nergens last van. De behandeling van beide is gelijk.

Wat is de oorzaak van fasciitis plantaris?

Herhaalde belasting die net boven het draagvermogen van de peesplaat ligt. De duidelijkste factoren zijn een BMI boven 27, een stugge enkel die minder dan tien graden omhoog komt, staand werk en een te snelle opbouw in training. Eén verkeerde stap is bijna nooit de verklaring.

Hoe kom je van een peesplaatontsteking af?

Breng de piekbelasting terug zonder helemaal stil te vallen, doe om de dag zware hielheffingen met een handdoek onder de tenen, rek de kuit met gestrekte knie en draag ook binnenshuis schoenen met een stevige hiel. Steunzolen helpen de eerste maanden. Geef het drie maanden voordat je iets nieuws probeert.

Hoe lang duurt een fasciitis plantaris?

Bij ongeveer acht op de tien mensen zijn de klachten binnen een jaar verdwenen. Wie meteen de belasting aanpast en met krachtoefeningen begint, merkt vaak binnen zes tot twaalf weken verschil in de ochtendpijn. Een terugval na een lange wandeling hoort bij het beloop.

Wat mag je niet doen bij hielpijn?

Blootsvoets op harde vloeren lopen, direct weer hardlopen omdat een pijnstiller de pijn wegneemt, en volledig rusten in de hoop dat het overgaat. Rust maakt de peesplaat zwakker. Herhaalde injecties met corticosteroïden zijn eveneens af te raden, omdat ze de plaat kunnen doen scheuren.

Helpen steunzolen bij fasciitis plantaris?

Op korte termijn een beetje. In een studie onder 135 mensen deden zolen het na drie maanden ongeveer acht punten op honderd beter dan een neppe zool, vooral op functie. Na twaalf maanden was dat verschil verdwenen, en een zool op maat deed het niet beter dan een confectiezool.

Is fasciitis hetzelfde als fasciitis plantaris?

Nee, en het verschil is belangrijk. Het woord fasciitis alleen leidt vooral naar fasciitis necroticans, een zeldzame maar levensbedreigende infectie van het bindweefsel waarvoor met spoed geopereerd wordt. Gebruik voor de voet altijd de volledige term fasciitis plantaris of het Nederlandse peesplaatontsteking.

Wat je hiervan onthoudt

De eerste stappen ’s ochtends zijn het handelsmerk van fasciitis plantaris. Het gaat om overbelasting van de peesplaat, niet om een echte ontsteking, en een hielspoor op de foto verklaart je pijn niet.

Wat werkt is onspectaculair: belasting terugbrengen zonder stil te vallen, om de dag zware hielheffingen, de kuit los houden, stevige schoenen ook binnen. Steunzolen helpen de eerste maanden en niet daarna. Wie het herstelterrein wil meenemen met slaap, gewicht en eventueel een gestandaardiseerde combinatie van kurkuma, boswellia en gember, doet dat naast de oefeningen. En bij pijn die tintelt, brandt of ’s nachts opkomt, bel je de huisarts.

Bronnen

Lemont H., Ammirati K.M., Usen N. Plantar Fasciitis: A Degenerative Process (Fasciosis) Without Inflammation. Journal of the American Podiatric Medical Association, 2003;93(3):234-237. DOI: 10.7547/87507315-93-3-234

Riddle D.L., Pulisic M., Pidcoe P., Johnson R.E. Risk Factors for Plantar Fasciitis: A Matched Case-Control Study. The Journal of Bone and Joint Surgery (American Volume), 2003;85(5):872-877. DOI: 10.2106/00004623-200305000-00015

van Leeuwen K.D.B., Rogers J., Winzenberg T., van Middelkoop M. Higher body mass index is associated with plantar fasciopathy/plantar fasciitis: systematic review and meta-analysis of various clinical and imaging risk factors. British Journal of Sports Medicine, 2016;50(16):972-981. DOI: 10.1136/bjsports-2015-094695

Rathleff M.S., Mølgaard C.M., Fredberg U. e.a. High-load strength training improves outcome in patients with plantar fasciitis: A randomized controlled trial with 12-month follow-up. Scandinavian Journal of Medicine and Science in Sports, 2015;25(3). DOI: 10.1111/sms.12313

Landorf K.B., Keenan A.M., Herbert R.D. Effectiveness of Foot Orthoses to Treat Plantar Fasciitis. Archives of Internal Medicine, 2006;166(12):1305-1310. DOI: 10.1001/archinte.166.12.1305

Babatunde O.O., Legha A., Littlewood C. e.a. Comparative effectiveness of treatment options for plantar heel pain: a systematic review with network meta-analysis. British Journal of Sports Medicine, 2019;53(3):182-194. DOI: 10.1136/bjsports-2017-098998

0