Een triggerpoint is een klein, overgevoelig plekje in een strakke streng van een spier dat pijn geeft op een andere plaats dan waar je drukt. Die uitstralende pijn is het kenmerk. Een punt in je schouderspier geeft hoofdpijn boven het oog, een punt in je bil geeft pijn in je bovenbeen.
Over het bestaan van dat verschijnsel is iedereen het eens. Over wat er precies in het weefsel gebeurt, is de discussie nog niet gesloten, en dat is eerlijker dan de meeste pagina’s over dit onderwerp toegeven.
Waaraan je een triggerpoint herkent
Lange tijd hanteerde elke opleiding zijn eigen lijstje kenmerken. In 2018 legden 60 experts uit 12 landen in drie rondes vast welke kenmerken samen nodig zijn voor de diagnose. Er bleven er drie over.
Ten eerste een strakke streng: een harde band in de spier die je onder je vingers voelt lopen, met daarin een plek die duidelijk gevoeliger is dan de rest. Ten tweede die overgevoeligheid zelf, waarbij matige druk al onaangenaam is. Ten derde uitstraling: de pijn wordt ergens anders gevoeld dan waar je drukt.
Dat derde punt kreeg in die afspraak een ruimere invulling. 80 procent van de experts vond dat de uitstraling niet per se als pijn hoeft aan te voelen. Een doffe zwaarte, een tinteling of een branderig gevoel op afstand telt evengoed mee.
Actief of latent: het verschil dat telt
Niet elk gevoelig plekje verdient aandacht. Bij een actief triggerpoint herken je de pijn. Iemand drukt, en je zegt: ja, dat is hem, dat is precies mijn klacht. 84 procent van de experts noemde juist die herkenning het kernverschil. Een latent punt is gevoelig bij druk maar geeft geen klachten in het dagelijks leven. Bijna iedereen heeft er een paar.
Dat verklaart een veelgemaakte fout. Wie een spier afzoekt naar gevoelige plekken vindt er altijd wel, ook bij mensen zonder pijn. De vraag is niet of er een punt is, maar of dat punt jouw klacht reproduceert.
Waar ze zitten en waarheen de pijn gaat
Ze ontstaan in spieren die lang dezelfde houding vasthouden of telkens dezelfde korte beweging maken. De vaste verdachten: de kapspier boven op de schouder, de spier van de nek naar het borstbeen, de spieren tussen de schouderbladen, de kleine bilspieren en de kuit.
De uitstralingsgebieden zijn de eigenaardigheid van dit verhaal. Ze volgen geen zenuw en ze volgen de spier zelf ook niet altijd. Een punt in de kapspier geeft pijn langs de zijkant van de nek tot achter het oog. Een punt in de kleine bilspier geeft pijn tot in het onderbeen, wat verwarrend veel op ischias lijkt maar zonder tintelingen of krachtsverlies verloopt. Een punt in de kuit trekt naar de hiel en de voetzool.
Dat patroon is stabiel genoeg om te herkennen, maar niet zo strikt dat een kaart de diagnose stelt. In de internationale afspraak staat uitdrukkelijk dat geen vaste plaats van punt of uitstraling verwacht mag worden.
Wat er in het weefsel gemeten is
Harde meting bestaat, en komt uit twee studies van dezelfde groep. Zij ontwikkelden een naald zo dun dat er tijdens het meten vloeistof uit de spier kan worden opgezogen zonder het weefsel te beschadigen. Daarmee vergeleken ze bij 9 gezonde vrijwilligers de kapspier van mensen met een actief punt, met een latent punt en zonder punt. Rond het actieve punt lagen de concentraties van alle gemeten stoffen hoger: substance P, calcitonine gene-related peptide, bradykinine, TNF- alfa en interleukine 1-bèta, met een lagere zuurgraad. Bij latente punten en bij gezonde spieren was dat niet zo.
Eén detail verdient aandacht. Ze maten ook in de kuitspier, die geen klachten gaf. Bij de mensen met een actief punt in de schouder was de chemie in die verre, gezonde kuit al anders. Het verschijnsel blijft dus niet netjes binnen de knoop.
Waarom onderzoekers het er niet over eens zijn
Hoe betrouwbaar herkennen twee onderzoekers hetzelfde teken?
Op vrijwel geen Nederlandse pagina staat dit. Een overzicht van 9 studies keek hoe goed twee onderzoekers onafhankelijk van elkaar hetzelfde punt vinden, en het antwoord was ontnuchterend. Wat de patiënt zelf aangeeft, is redelijk betrouwbaar. Wat de behandelaar met zijn handen moet vaststellen, is dat niet: sommige studies kwamen onder nul uit, wat betekent dat twee onderzoekers het minder vaak eens waren dan toeval voorspelt.
Een aantal auteurs ging verder en betwistte in 2015 het hele bouwwerk: volgens hen is de verklaring van een vicieuze cirkel in de spier nooit hard gemaakt. Ze ontkennen de klachten niet, ze ontkennen de aangenomen oorzaak.
Wat betekent dat voor jou? Neem de pijn serieus en de uitleg met een korrel zout. Een behandelaar die precies weet welke knoop welke klacht veroorzaakt, belooft meer dan het onderzoek draagt.
Wat de behandelingen opleveren
De volgorde die het verschil maakt
Zoek wat het punt onderhoudt
Een schouder die de hele dag hoog staat, een tas aan dezelfde kant, 4 uur zitten zonder op te staan. Zonder dat te veranderen komt het punt terug.
Maak het punt rustig
Druk, een naald of een warme douche, welke van de drie maakt minder uit dan vaak wordt beweerd. Het effect is er meestal binnen minuten.
Beweeg de spier meteen daarna
Twee of drie keer rustig door het volledige bereik. Een spier die na de behandeling stil blijft liggen, verstijft binnen een dag opnieuw.
Belast hem in de dagen erna
Lichte kracht, 2 keer per week, opgebouwd. Dit is het deel dat mensen overslaan en precies het deel dat de winst vasthoudt.
Beoordeel na 3 weken
Geen enkele verbetering na 3 weken betekent niet harder drukken, maar opnieuw kijken of het wel een triggerpoint is.
| Aanpak | Wat je ervan mag verwachten | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Druk met vinger of bal | Vermindering binnen minuten, thuis te doen | Hooguit 2 keer per dag per punt |
| Dry needling | Vaak snel effect, soms een natrillende spier | Alleen bij een geschoolde therapeut |
| Massagerol | Werkt over een groter gebied, minder gericht | Langzaam, niet hard |
| Warmte | Maakt de streng soepeler voor je begint | Geen vervanging van beweging |
| Oefening en opbouw | Het deel dat het resultaat vasthoudt | 2 keer per week, weken achtereen |
| Houding en werkplek | Haalt de onderhoudende prikkel weg | Elke 20 tot 30 minuten wisselen |
De rode draad is dat de losmakende technieken onderling minder verschillen dan de folders suggereren, en dat het onderscheid zit in wat erna gebeurt. Een punt dat je losmaakt en vervolgens weer 8 uur in dezelfde houding zet, is de volgende week terug.
Voeding lost een triggerpoint niet op, en pagina’s die dat suggereren gaan te ver. Wat wel meespeelt is het terrein: slaaptekort, weinig beweging en een lage schildklierwerking maken spieren prikkelbaarder. Wie daar iets aan wil doen naast de oefeningen, kan kijken naar een formule gericht op de ontstekingsbalans.
Waarom ze blijven terugkomen
De terugkeer heeft bijna altijd dezelfde verklaring: de prikkel die het punt maakte, is niet veranderd. Een te hoog bureau, 3 uur per dag naar een telefoon kijken, een tas die altijd links hangt.
Chronische klachten hebben daarnaast een eigen dynamiek. Wie maanden pijn heeft, wordt gevoeliger voor druk in het algemeen, ook op plekken zonder punt. Dan verschuift de winst van losmaken naar opbouwen. Een natuurlijke ontstekingsremmer kan daarbij ondersteunen, naast en niet in plaats van die opbouw.
Wanneer het geen triggerpoint is
Een paar patronen horen niet bij dit beeld en verdienen beoordeling door de huisarts.
Tintelingen, doofheid of krachtsverlies wijzen op een zenuw en niet op een spier. Pijn die ’s nachts wakker maakt en niet zakt als je van houding verandert, hoort onderzocht te worden. Pijn in beide bovenarmen en beide bovenbenen bij iemand boven de 50, met ochtendstijfheid en moeheid, past bij polymyalgia rheumatica. Wijdverspreide pijn op meer dan 4 plekken met slaapproblemen en vermoeidheid past eerder bij fibromyalgie, waarbij het najagen van losse punten weinig oplevert.
In Nederland is de huisarts het startpunt. Naar een fysiotherapeut kun je zonder verwijzing, via directe toegankelijkheid; de vergoeding loopt bij deze klachten meestal via de aanvullende verzekering.
Waar zitten triggerpoints het vaakst?
In spieren die lang dezelfde houding vasthouden of telkens dezelfde korte beweging maken. De kapspier boven op de schouder, de spier van de nek naar het borstbeen, de spieren tussen de schouderbladen, de kleine bilspieren en de kuit staan bovenaan. In de internationale afspraak is vastgelegd dat er geen vaste plaats verwacht mag worden.
Wat zijn uitstralingsgebieden bij triggerpoints?
Het gebied waar je de pijn voelt terwijl er ergens anders gedrukt wordt. Het volgt geen zenuwbaan. De kapspier straalt uit naar de zijkant van de nek en achter het oog, de kleine bilspier tot in het onderbeen, de kuit naar de hiel en de voetzool. De uitstraling kan ook aanvoelen als zwaarte of tinteling.
Kun je triggerpoints zelf behandelen?
Ja, druk met een vinger of een bal tegen de muur werkt binnen minuten. Beperk het tot 2 keer per dag per punt, want vaker maakt de plek geïrriteerder. Beweeg de spier daarna door het volledige bereik en bouw in de weken erna lichte kracht op.
Waarom komen triggerpoints steeds terug?
Omdat de prikkel die ze onderhoudt niet is veranderd: een te hoog bureau, 3 uur per dag naar een telefoon kijken, een tas altijd aan dezelfde kant. Ook na een oude blessure blijven punten terugkomen in de spieren die het werk hebben overgenomen. Losmaken zonder die oorzaak aan te pakken werkt kort.
Helpt voeding tegen triggerpoints?
Voeding lost een triggerpoint niet op. Wat wel meespeelt is de algemene prikkelbaarheid van je spieren: slaaptekort, weinig beweging en een trage schildklier maken je gevoeliger. Aan een aangetoond tekort valt iets te doen in overleg met je huisarts, maar verwacht er geen behandeling van.
Wat zijn de symptomen van chronische triggerpoints?
Zeurende, drukkende pijn die uitstraalt volgens een vast patroon, stijfheid, minder ver kunnen bewegen en soms krachtsverlies zonder dat de spier echt zwakker is. Bij langer bestaande klachten word je ook gevoeliger voor druk op plekken zonder punt. Dan levert opbouwen meer op dan blijven losmaken.
Is een triggerpoint hetzelfde als een spierknoop?
Spierknoop is de dagelijkse term voor hetzelfde gevoel: een harde, gevoelige plek in een spier. Van een triggerpoint spreken behandelaars pas als er ook een strakke streng omheen zit en er pijn op afstand wordt gevoeld. Zonder die uitstraling is het een gevoelige spier, geen triggerpoint.
Wat je hiervan onthoudt
Een triggerpoint herken je aan drie dingen samen: een strakke streng, een overgevoelige plek daarin en pijn die ergens anders wordt gevoeld. Het teken dat er echt toe doet is dat jij je eigen klacht herkent als er gedrukt wordt.
Rond zo’n actief punt is een veranderde chemie gemeten. Tegelijk is het handmatig vinden ervan onbetrouwbaar. Losmaken duurt minuten en lukt met verschillende technieken. Het verschil zit in de weken erna: bewegen, opbouwen en de houding veranderen die het punt onderhield.
Bronnen
Fernández-de-las-Peñas C., Dommerholt J. International Consensus on Diagnostic Criteria and Clinical Considerations of Myofascial Trigger Points: A Delphi Study. Pain Medicine, 2018;19(1):142-150. DOI: 10.1093/pm/pnx207
Shah J.P., Phillips T.M., Danoff J.V., Gerber L.H. An in vivo microanalytical technique for measuring the local biochemical milieu of human skeletal muscle. Journal of Applied Physiology, 2005;99(5):1977-1984. DOI: 10.1152/japplphysiol.00419.2005
Shah J.P., Danoff J.V., Desai M.J. e.a. Biochemicals Associated With Pain and Inflammation are Elevated in Sites Near to and Remote From Active Myofascial Trigger Points. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, 2008;89(1):16-23. DOI: 10.1016/j.apmr.2007.10.018
Lucas N., Macaskill P., Irwig L., Moran R., Bogduk N. Reliability of Physical Examination for Diagnosis of Myofascial Trigger Points. The Clinical Journal of Pain, 2009;25(1):80-89. DOI: 10.1097/AJP.0b013e31817e13b6
Quintner J.L., Bove G.M., Cohen M.L. A critical evaluation of the trigger point phenomenon. Rheumatology, 2015;54(3):392-399. DOI: 10.1093/rheumatology/keu471